Place attachment en transitiepijn: waarom windturbines soms zeer doen
De plaatsing van windturbines is niet alleen een ruimtelijke kwestie, maar ook een emotionele. Voor veel mensen betekent hun omgeving meer dan ‘gewoon een plek’.
Het is hun thuis waar ze herinneringen koesteren en sociale verbanden onderhouden. Zo ontstaat place attachment: een diepe, vaak onzichtbare band tussen mens en omgeving.
Wordt die omgeving plotseling veranderd – bijvoorbeeld door het uitzicht te vullen met draaiende wieken – dan kan dat voelen als een verlies. Ook voordat ze er staan kunnen ze voor verdriet zorgen: mensen zien de molens alvast voor zich en weten dat ze afscheid moeten gaan nemen. Niet alleen van hun uitzicht, maar ook van vertrouwdheid en betekenis. Als de nieuwe functie van de plek (de opwek van energie) botst met wat die plek voor mensen symboliseert (bijvoorbeeld natuur, historie of gemeenschap), kan dat leiden tot emotionele weerstand of rouwgevoelens.
Daar komt bovenop dat de mens de afgelopen decennia al vele (drastische) veranderingen in ons landschap heeft doorgevoerd, waardoor veel inwoners het gevoel hebben dat ze ‘hun plekken’ niet meer herkennen.
Hiernaast ervaren veel mensen ook nog eens transitiepijn: de psychologische stress die ontstaat bij ingrijpende veranderingen, zoals verduurzamingstrajecten. Vooral mensen die zich weinig betrokken voelen of die het gevoel hebben dat de verandering hen overkomt, kunnen last krijgen van gevoelens van onmacht, boosheid, angst of isolatie. Die pijn komt voort uit bedreigingen van de drie psychologische basisbehoeften:
- Autonomie ("ik heb hier geen controle over")
- Competentie ("ik begrijp dit niet, het gaat me boven de pet")
- Verbondenheid ("niemand luistert naar mij, ik sta er alleen voor")
Deze emoties zijn niet irreëel. Ze zijn een signaal dat er iets waardevols op het spel staat.
Interview met Ruben Peuchen, Onderzoeker wind- en zonneprojecten bij TNO
“Participatie is geen checklist, maar een continu gesprek”
“Na veel onderzoek zou je denken dat we geleerd hebben, maar in de praktijk zie ik nog steeds dezelfde vragen terugkomen,” begint Ruben Peuchen, onderzoeker bij TNO. Hij houdt zich al jaren bezig met maatschappelijke acceptatie van wind- en zonneprojecten. “Elke keer wanneer een windproject start, zie je dezelfde basisvragen opduiken: hoe doen we participatie, hoe gaan we om met weerstand, hoe verdelen we lusten en lasten? Terwijl er al zoveel lessen liggen. Het lijkt alsof elke generatie het wiel opnieuw uitvindt.”
Wat zijn die lessen dan?
“Eén belangrijke les: zorg dat mensen zich eerlijk behandeld voelen. We deden onderzoek bij vier windparken waarbij bij één windpark de bewoners waren verhuisd vanwege de overlast. Deze bewoners ervaarden geen van allen een eerlijke behandeling. Ze voelden zich niet gehoord op onderwerpen die voor hen essentieel waren, zoals geluidsoverlast en isolatie van hun woning. Projectontwikkelaars zeiden: ‘Maar we hebben wel degelijk geluisterd, we hebben isolatie aangeboden.’ Dat verschil in beleving is cruciaal. Het gaat niet om wat je aanbiedt, maar of mensen zich erkend voelen in hun zorgen.”
Wat is het effect van die negatieve beleving?
“Je ziet dat sommige mensen in een neerwaartse spiraal terechtkomen. Iemand verhuist, maar als hij teruggaat naar de plek waar de windmolens staan, ervaart hij weer dezelfde gezondheidsklachten. Die klachten zorgen voor slecht slapen, wat weer leidt tot minder functioneren op het werk. Zo kom je in een situatie waarin iemand steeds minder grip ervaart. Het bijzondere is dat mensen die er zijn blijven wonen, gemiddeld minder klachten hadden. Misschien omdat ze hun situatie meer accepteerden.”
Waar draait het voor bewoners uiteindelijk om?
“Plaatshechting of place attachment. De liefde voor het landschap was een rode draad in ons onderzoek. We hebben nooit direct naar rouw gevraagd, maar de verhuisde bewoners gaven wel aan dat het proces van de plek loslaten hun zwaar viel. Mensen moeten afscheid nemen van het uitzicht dat hen dierbaar is. Ze zien die molens al voor zich, nog voor ze er staan.”
Wat valt op aan actieve deelnemers in participatie?
“Dat de mensen die actief meedoen, vaak ontevredener zijn over het proces. Ze voelen zich vaker niet eerlijk behandeld. Dit komt mogelijk doordat ze meer tijd en energie investeren en hogere verwachtingen hebben. Ze hoopten echt invloed te hebben, maar dat valt vaak tegen.”
Wat zijn volgens jou de belangrijkste aandachtspunten voor ambtenaren en ontwikkelaars?
“Drie dingen. Ten eerste: geluidsoverlast is een structurele zorg, onderschat dat niet. Het is niet alleen een technisch probleem, maar ook een emotioneel en sociaal thema. Ten tweede: besteed aandacht aan hoe lusten en lasten verdeeld zijn. Bewoners die overlast ervaren en geen voordeel krijgen, voelen zich dubbel benadeeld. Betrek ze dus ook in de voordelen, bijvoorbeeld via energiecoöperaties die iets doen voor mensen in energiearmoede. Ten derde: erken de emotie en het rechtvaardigheidsgevoel van mensen. Ga niet pas over voordelen praten als het conflict al speelt, maar begin daar vroeg mee.”
Take-aways uit het interview met Ruben Peuchen
- Zorg dat mensen zich gehoord voelen op onderwerpen die voor hen essentieel zijn, zoals geluidsoverlast en isolatie van hun woning. Het draait veelal om het gevoel erkend te worden in je zorgen.
- Mensen kunnen heftige emoties ervaren over windprojecten in hun omgeving en het verlies van hun geliefde landschap. Wees daarvan bewust en toon begrip.
- Werk met lokale omgevingsmanagers en betrek inwoners vroeg door ze te laten samenkomen en meepraten, dan houd je regie.
Interview met Elzo Springer, Communicatieadviseur Energietransitie bij gemeente Hengelo
‘Slim’ omgaan met communicatie bij windmolentrajecten
Elzo Springer heeft jarenlange ervaring in grootschalige energieprojecten, waaronder windparken. Hij deelt zijn inzichten over hoe je als gemeente de omgeving kunt betrekken en draagvlak kunt creëren, ondanks de onvermijdelijke weerstand.
Wat is voor jou het belangrijkste bij strategische communicatie rond windenergie?
“Het draait erom te weten wanneer je iets communiceert. En wanneer je beter even niks kunt zeggen. Bij grootschalige projecten, zoals windmolens maar ook voor bijvoorbeeld warmtepompen bij een zwembad, is het essentieel om de omgeving vroegtijdig mee te nemen. Mensen willen graag hun verhaal kwijt en gehoord worden. Dat is vaak al de grootste winst. Je moet eerlijk en helder zijn in je antwoorden: als iets groen is, zeg je dat; als iets rood is ook. Je kunt het niet iedereen naar de zin maken, dat fameuze draagvlak bestaat niet. Maar je kunt het wel zo aangenaam maken dat zoveel mogelijk mensen het accepteren.”
Hoe ga je om met ergernissen zoals geluid of slagschaduw?
“Mensen zeggen soms: ‘Ik vind die molens niet mooi’. Daar kan ik niks aan veranderen, dat is een subjectief oordeel. Maar geluid en slagschaduw zijn dingen waar je wél concreet over kunt praten en veel kunt uitleggen. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat ze de hele dag schaduw zullen hebben van een molen. Maar schaduw van een windmolen verschuift en is dus per dag maar korte tijd merkbaar. En opgeteld maximaal zes uur per jaar en per dag maar twintig minuten. Je moet het gewoon zo rustig mogelijk uitleggen, zonder te verwachten dat iedereen er deskundig in is.
In Deventer is er bijvoorbeeld een molen vlakbij een bedrijf waar soms een kwartiertje slagschaduw valt. Bewoners bij diverse windprojecten kregen zelfs een persoonlijk schema wanneer hun huis slagschaduw kan verwachten. Als omwonenden zo’n schema zien valt het eigenlijk best mee. Zulke concrete informatie geeft rust.
Bij een windpark kregen drie omwonendenclubs een compleet uitgewerkt bouwplan voorgelegd, maar één bewoner wees op een gevaarlijke route met vrachtwagens langs fietsende scholieren. Die kwam ook met een oplossing voor een andere route. Het plan werd aangepast. Het maakt ook dat het wantrouwen richting aannemers vermindert. Door elkaar te spreken en samen oplossingen te zoeken, verdwijnt zo’n spanning.”
Hoe ziet de communicatie eruit in de praktijk?
“In Hengelo hebben we in maart 2025 al mensen geïnformeerd op een Informatiemarkt. In juni maakte de provincie bekend of het plan officieel in procedure ging. We hadden op de Informatiemarkt al kaarten hangen met een kilometerlatje, zodat mensen zelf konden zien hoe ver ze van de molens af wonen. Er zijn onderzoeken naar natuur en geluid, en we informeren zo vroeg mogelijk, ook al kun je nog niet op alle vragen antwoord geven. Dat waarderen mensen wel. Ze stellen soms vragen waar we zelf het antwoord nog niet op hebben, zoals: hoe hoog worden de molens precies? Dan zeggen we eerlijk dat we dat nog niet zeker weten. Tijdens een inloopbijeenkomst visualiseerden we de hele tijdlijn voor het windtraject. Mensen konden er letterlijk doorheen lopen. Ik zei dan tegen inwoners: ‘Die plek op de tijdlijn, dat is hét moment om je bezwaren in te dienen. Ga maar naar die tafel om daar met mensen te praten hoe dit werkt.’ Je helpt ze dus met alle vragen. Dat waardeerden mensen enorm.
We proberen ook mensen warm te maken om mee te denken in een omgevingsraad. Dit werkt beter in het begin van het proces. Je wil niet dat mensen het idee krijgen dat ze te laat zijn, want dan haakt een deel al af.”
Take-aways uit het interview met Elzo Springer
- Denk goed na wanneer, wat en hoe je communiceert. Zo geeft concrete informatie vaak rust, denk aan kaarten met een kilometerlatje.
- Kleinere ideeëngroepen kunnen zorgen voor een betere, meer diverse vertegenwoordiging van de bevolking.
- Meer en beter informeren voorkomt veel problemen. Begin zo vroeg mogelijk en zeg eerlijk dat je ook nog niet alles weet. Dat waarderen mensen.
Omgaan met emoties bij windprojecten
Er zijn meerdere manieren om als gemeente en projectontwikkelaar om te gaan met gevoelens als place attachment en transitiepijn. Denk aan:
- bewoners al vroeg te betrekken, voordat keuzes vastliggen;
- aandacht te hebben voor wat de plek voor mensen betekent;
- ruimte te maken voor rouw en herstel;
- én het gesprek niet alleen over techniek of geld te laten gaan, maar over vertrouwen, identiteit en thuisgevoel.