Stap 2: Analyse

De focus van de tweede stap is een analyse van de geactualiseerde inventarisatie.

Hierbij is het belangrijk dat naar de warmtetransitie opgave wordt gekeken als onderdeel van het totale energiesysteem (technisch economische systeemanalyse), de impact op de leefomgeving (brede ruimtelijke analyse) en het borgen van de publieke belangen (maatschappelijke analyse). De uitkomsten van de eerste stap worden geanalyseerd, verrijkt en aangevuld.

De onderdelen van stap 2 kunnen als volgt gevisualiseerd worden:

stap 2 analyse
schema

Stap 2 bestaat uit de volgende tussenstappen:

Analyse van het energiesysteem


Het energiesysteem is het samenhangende geheel van besparing, productie, transport en distributie, omvorming, opslag en gebruik van energie.

Het nieuwe duurzaam energiesysteem waar naartoe wordt gewerkt, is een energiesysteem met vele kleine verbonden netwerken, in plaats van één groot energienetwerk. Duurzame bronnen zijn meer lokaal en minder stuurbaar, de vraag naar energie verschuift van energiedrager en neemt af door efficiëntie. Tegelijkertijd is er ook een toename van met name elektriciteitsvraag (verschuiving en nieuwe ontwikkelingen). Het energiesysteem veranderd. De warmtetransitie raakt het gehele energiesysteem en kan impact hebben op de energietransitie in andere sectoren. Het in samenhang analyseren kan meer inzichten opleveren, zie het voorbeeld van Holland Rijnland.

Deze analyse-stap (stap 2.1) gaat over het vertalen van de inventarisatie (stap 1) naar effecten op het totale energiesysteem. In sommige regio’s zijn reeds toekomstbeelden opgesteld, al dan niet met verschillende scenario’s in andere regio’s vraagt dit eerste nadere uitwerking.

Op basis van een gezamenlijk toekomstbeeld/ scenario’s zijn de volgende vragen relevant voor de analyse van het energiesysteem:

  • Impact op transport - en distributienetten.
    Waar zijn nieuwe warmtenetten gewenst/ mogelijk en welke aanpassingen aan het energiesysteem zijn nodig? Welke bovenlokale primaire warmteleidingen (verbindingen) zijn nodig om vraag en aanbod met elkaar te verbinden. Waar liggen de bronnen en de warmteoverdrachtsstations en dus waar is aansluiting op het elektriciteitsnet nodig? Als concrete stap is het aan te raden om de integrale impact berekening door de netbeheerders uit te laten voeren en daarbij het gesprek te voeren wat de netbeheerders nodig hebben voor zekerheden om te anticiperen op de energetische effecten van het warmtenet. M.a.w. kan de netbeheerder de infrastructuur verzwaring aanpassen op de plannen en realisatie van het warmtenet? Zo komt er ook inzicht op de impact die verschillende scenario’s op het elektriciteitsnet hebben. Zo heeft Liander onderzocht wat de impact van warmtenetten is op de elektrische infrastructuur in Holland Rijnland, zie bijvoorbeeld het Rapport: Scenario-analyse Leidse warmteopgave
  • Impact op vraag naar omvorming en (seizoens)opslag,
    wat is er nodig om te kunnen voldoen aan de verwarmingsvraag gedurende het gehele jaar (piek voorziening). Welke bronnen worden hiervoor gebruikt en wat vraagt dat van de energienetwerken? Zoals hierboven al omschreven is het belangrijk om inzicht te krijgen in de impact op het elektriciteitsnet. Warmtenetten kunnen met opslag een positieve wisselwerking hebben met het elektriciteitsnet. Met warmteopslag kunnen pieken in het elektriciteitsaanbod worden omgevormd en gebufferd. Dat dempt weer de vraag op een later moment. Het is wenselijk op regionaal niveau te onderzoeken wat de kansen van systeemintegratie zijn. De mate van uitwerking van dit thema is afhankelijk van de lokale situatie.
acm kader
  • Impact op beschikbaarheid van bronnen.
    Welke energiebronnen zijn beschikbaar en hoe kunnen deze ontwikkelt en benut worden. Hierbij is het belangrijk om ook rekening te houden met energieverliezen tijdens transport en distributie. Hier moet, voorzover dat bovengemeentelijk van belang is, ook aandacht zijn voor:
    - de mogelijkheden voor systeemintegratie en optimalisatie tussen de verschillende energiedragers
    - inzet van verschillende energiedragers specifiek voor piekvoorziening en vormen van opslag, waaronder Hoge Temperatuur Opslag van warmte.

De RSW geeft in deze stap inzicht in wat kan en wat de globale gevolgen zijn van verschillende warmtealternatieven op het systeem. Deze inzichten bepalen vervolgens mede de impact op de leefomgeving. Het is aan de RES -partners in welke mate van detaillering de impact op het systeem wordt uitgewerkt. Kennis hebben van de globale effecten kan de gemeenten helpen voorkomen dat er (negatieve) verrassingen ontstaan.

Analyse van de impact op de leefomgeving


Het tweede deel van de analyse richt zich op de consequenties voor de leefomgeving die volgen uit de keuzen die worden of zijn gemaakt in relatie tot de warmtetransitie. Daarnaast geeft de analyse inzicht in de beperkingen die er op dat punt kunnen zijn. Zo is het boren naar geothermie midden in dicht stedelijk gebied lastig. En kan het wenselijk zijn te voorkomen dat het aanleggen van een extra 150kV station nodig is. Of is die ontwikkeling juist onmisbaar en is het alvast rekening houden met een dergelijke ontwikkeling cruciaal. De regionale meerwaarde ligt in het kijken naar de impact op de regio, dus verder dan de warmteoplossing op wijkniveau.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • Kijk bij de afweging tussen de toepassing van duurzame warmte en elektrificatie naar de impact op de leefomgeving. Meer elektrificatie betekent inpassing van opwekinstallaties voor duurzame elektriciteit en ook versterking van het elektriciteitsnet. Dit heeft ruimtelijke gevolgen, bijvoorbeeld door de noodzakelijke bouw van nieuwe (onder)stations. De toepassing van duurzame warmte vraagt ook ruimte, maar weer op andere plekken. Maak ook inzichtelijk wat de gevolgen van verschuivingen in de mix tussen duurzame warmte en elektrische verwarming hebben, bijvoorbeeld het niet realiseren van (op dit moment) wel voorziene duurzame warmtebronnen en/of -leidingen.
  • Onderzoek hoe de afstand tussen bronnen en gebruik moet zo kort mogelijk kunnen zijn, wat leidt tot het meeste (warmte)rendement en de laagste maatschappelijke kosten? Daarbij moet een balans gevonden worden tussen systeemoptimalisatie en impact op de leefomgeving. Zo is het warmteverlies in transportleidingen ten opzichte van de distributienetten zeer laag en kan het aanleggen van een transport back-bone bijdragen aan efficiënt gebruik van de beschikbare warmte, ondanks grotere afstanden (zie bijv. Capaciteit en temperatuur van WarmtelinQ). Transportnetten of bovenlokale primaire warmtenetten zijn maar in een beperkt aantal regio’s van toepassing. In die regio’s zijn bovenlokale inzichten nodig om op lokaal niveau de vertaling van het warmteprogramma naar de uitvoeringsplannen goed te kunnen maken. Door hier – boven gemeentelijk – naar te kijken kan optimalisatie plaatsvinden in kosten, systeem en impact voor de leefomgeving.
  • Boren naar geothermie kan niet overal, niet overal is de ondergrond geschikt voor geothermie. Daarnaast spelen zaken als strategische grondwatervoorziening of seismische risico’s een rol, waarbij de afwegingen ook een bovengemeentelijk aspect kunnen krijgen. Waar liggen er kansen aan de bron kant en welke warmtevraaggebieden kunnen hiermee bediend worden? Te raadplegen bronnen zijn:
    - Thermogis
    - Aardwarmtepotentiekaarten van Nederland (uit DINO)
    - Potentie aardwarmte (Geothermie Nederland)
  • Kansen en risico’s het snijvlak aquathermie, biodiversiteit en natuurbelangen op regionaal niveau kunnen belangrijk zijn. Het tijdig in gesprek gaan met de relevante stakeholders kan vertraging en tegenvallers later in het traject voorkomen. Zie bijvoorbeeld
    - Effecten van koudelozingen op het ecologisch functioneren van oppervlaktewatersystemen: literatuurstudie
    - Beoordelingskader koudelozingen

Het gaat dus niet alleen om ‘ruimte’, maar ook om de leefomgeving. Het gaat om waarden op het gebied van het milieu, natuur, schone lucht, geluidsdruk, erfgoed et cetera, zowel boven als onder de grond.

Bij de analyses kan gebruik gemaakt worden van diverse (landelijke) onderzoeken en factsheets over de ruimtelijke impact van het energiesysteem. Ook de NOVI biedt handvatten om de leefomgeving mee te nemen in de verdere uitwerking van de RSW. Voor al deze aspecten geldt overigens dat ze niet per definitie ‘bovengemeentelijk’ zijn en in veel gevallen op lokaal niveau geadresseerd kunnen worden. Zie bijvoorbeeld het omgevingsprogramma energie (inclusief warmteprogramma) van de gemeente Arnhem.

Maatschappelijke betrokkenheid en publieke belangen


De discussie en definiëring van publieke belangen vindt plaats op lokaal niveau. In de RES moet met deze belangenafweging rekening worden gehouden. Deze stap gaat dus niet over het opnieuw of zelf bepalen van belangen, maar vooral om het expliciet aansluiten op de uitgangspunten en randvoorwaarden die de gemeenten al hebben vastgesteld. Niet het wiel opnieuw uitvinden, maar bevestigen en ondersteunen van wat al is opgesteld. Het komen tot eenduidige inzichten en uitgangspunten voor de regio kan helpen bij het gezamenlijk vormgeven van een regionaal verbonden warmtesysteem. Ook het vraagstuk van het verdelen van de lusten en lasten valt hieronder. Welke kosten en baten zijn er en hoe verdelen we die nu en in de toekomst?

Landelijk zijn er diverse onderzoeken – vanuit verschillende perspectieven en belangen - uitgevoerd die kunnen helpen bij dit onderwerp, bijvoorbeeld:

De duiding van de publieke belangen in de regio is maatwerk, elke regio heeft zijn eigen context. Het gaat hier dus om het vertalen van algemene termen naar wat er specifiek in de regio van belang is (keuzen van maatschappij en politiek) en dit kwalitatief onderbouwen. Doel is inzichtelijk te maken wat aanvullende regionale randvoorwaarden en uitgangspunten zijn.

Bijvoorbeeld voor de realisatie van een gezamenlijke geothermiebron of een warmtetansportnet. Dit geeft inzicht in welke wettelijke en financiële instrumenten (aanvullend) nodig zijn om de lokale warmtetransitie vorm te geven. De regio is hiermee ondersteunend aan de lokale uitvoer van de transitie. Kijk ook naar lokale initiatieven en hoe deze passen in de regionale analyse. Hoe kunnen deze initiatieven gesteund worden? Zie bijvoorbeeld Ondersteuning bij warmteprojecten van Energie Samen.

Mogelijk is in het eerder beschreven parallelle spoor `uitgangspunten en kaders´ hier al voldoende richting aan gegeven of leidt deze verdieping tot een aanpassing van de uitgangspunten en kaders.

Inzicht in kansen en risico´s


De uitkomsten van de analyses zullen voor een deel kwalitatief van karakter zijn. Soms is verdieping mogelijk en wenselijk, bijvoorbeeld door het laten uitvoeren van een impact analyse ecologische effecten aquathermie (zie bijvoorbeeld het onderzoek naar ecologische effecten aquethermie in het IJmeer). Daarmee worden de gevolgen van de keuzen immers concreter. In verschillende regio zijn analyses uitgevoerd, kennisnemen van deze voorbeelden kan helpen bij het verdiepen van eigen analyses.

Deze stap gaat samengevat in op de vertaling van de inzichten op het gebied van systeem, ruimte en belangen naar risico’s en kansen die de warmtetransitie biedt in de regionale context.