Parallel spoor: Uitgangspunten en kaders

Parallel aan de stappen bepalen de RES -partners de uitgangspunten en kaders van de RSW.

Hier bepaal je met RES partijen samen wie je betrekt en welke thema’s je samen wilt oppakken. Maar ook wat je buiten de scope van de RSW laat. Deze uitgangspunten en kaders kunnen gedurende het proces worden aangescherpt en aangepast. Hiermee is dit een parallel spoor naast de stappen.

Het parallelle spoor heeft als doel dat de partijen in de regio van elkaar weten hoe zij willen samenwerken en welke uitgangspunten van belang zijn. Ook kan hier worden aangegeven waar nog geen standpunten zijn ingenomen, maar deze allicht wel op termijn gewenst zijn. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de wijze van samenwerking op specifieke projecten, bijvoorbeeld een nieuw gezamenlijk geothermieproject.

In veel regio’s is de wijze van samenwerken al vormgegeven en is er zicht op welke zaken voor de regio meerwaarde hebben of welke thema’s juist wel of geen regionale aandacht vragen. Dit is het uitgangspunt. Hierbij kan het wenselijk zijn om deze uitgangspunten en kaders periodiek aan te scherpen.

Onderdeel van het parallelle spoor is ook het afbakenen van de RSW. Zowel wat betreft de onderwerpen die aan de orde moeten komen als de betrokken partijen. Gezamenlijk moet worden bepaald welke afbakening wordt gehanteerd, begin met wat er al ligt vanuit de regio en neem met elkaar de handreiking door, welke elementen in het stappenplan is voor jou regio relevant?

Bekijk in ieder geval samen of en in welke mate de volgende onderwerpen voor jou regio relevant zijn:

  • Bestaande bovenlokale warmtebronnen en warmte -infrastructuur:
    Bepaal of er kansrijke bronnen zijn die samenwerking in de regio vragen of dat dit gezamenlijk onderzocht moet worden. Het Ontwikkelperspectief Warmtebronnen onderstreept dat er in Nederland voldoende duurzame warmtebronnen zijn voor 2050, maar dat deze slim en regionaal afgestemd ingezet moeten worden. Producten zoals het warmteprogramma, de provinciale energievisie, cluster energiestrategieën1 (CES) en de RSW beïnvloeden en versterken elkaar binnen een samenhangend proces van lokale, regionale en nationale plannen. De RSW biedt daarmee het regionale kader om bovenlokale warmtebronnen zoals geothermie en aquathermie gezamenlijk te benutten, netcongestie te voorkomen en de samenwerking tussen gemeenten, provincies en warmtebedrijven te organiseren die het ODW als voorwaarde stelt voor een succesvolle warmtetransitie.
  • Besparing:
    Maak met de partijen in de regio afspraken over hoe je wilt omgaan met energiebesparing, en in hoeverre je daarin wilt samenwerken. Dat kan zijn:
    - op uitvoeringsniveau: bijvoorbeeld een regionaal energieloket of
    - op ambitieniveau: bijvoorbeeld toewerken naar een bepaald temperatuurniveau voor de warmtevraag van gebouwen.
  • Koelingsvraagstuk:
    het is aan de regio om te bepalen of en in welke mate het koelingsvraagstuk onderdeel van de RSW moet worden. De vraag naar koeling zal de komende jaren steeds verder toenemen, door de klimaatverandering (langere warmere perioden) en daarnaast extra impact kunnen krijgen door de steeds beter geïsoleerde woningen. De koelingsvraag is echter niet alleen een energievraagstuk. Het koelingsvraagstuk gaat ook over het voorkomen van opwarming, bijvoorbeeld door slim stedelijk inrichten met water, groen en schaduwwerking. De grootste opgave en zeker het voorkomen van opwarming ligt op lokaal niveau. Eventuele regionale / bovengemeentelijke kansen (of knelpunten) kunnen worden meegenomen in de analyses. Het regionaal delen en ontwikkelen van kennis kan voordelen opleveren. Voor meer informatie zie: Koudetechnieken: het koel houden van gebouwen (NPLW)
  • Samenwerkingsonderwerpen:
    Bepaal of en op welke onderwerpen samenwerking onderzocht en uitgewerkt moet worden. Ook als er geen bovenlokale afhankelijkheid is in de vorm van bronnen, kan samenwerken lonen. Denk hierbij aan gezamenlijke opbouw van kennis en het delen van ervaringen. Denk bijvoorbeeld aan gezamenlijke communicatiestrategie met handvatten die lokaal ingezet kunnen worden, zie bijvoorbeeld de Toolbox voor Regionale Energiestrategie. Maar ook het delen van (uitvoerings)capaciteit.

Op basis van de onderwerpen, die voor de regio relevant zijn kan worden bepaald welke partijen betrokken moeten worden. Ook hier geldt begin met de bestaande samenwerking. Hierbij spelen de volgende vragen:

  • Wie betrek je actief? Welke onderwerpen vragen betrokkenheid van welke partners? Bij inventarisatie van de partners kunnen ook weer nieuwe onderwerpen op de agenda komen.
  • Welke mate van betrokkenheid is gewenst? Het ligt voor de hand om tijdens het actualiseren van de RSW samen te werken met partijen die in de warmtetransitie een rol spelen. Zoals de netbeheerders, gebouweigenaren (woningcorporaties) en (partners van de op te richten) warmtebedrijven. Niet alle partijen vragen een even grote mate van betrokkenheid. Bekijk samen wie een directe en wie een indirecte rol heeft, wie zijn de sleutelfiguren die actief moeten meedenken en wie moeten geïnformeerd worden.