Inleiding
Dit werkblad helpt om de routeplanner richting tijdige vergunningverlening (2025), met het oog op het tijdig realiseren van de in de RES opgenomen ambities, op te stellen. Dit is ook voor netbeheerders van belang in verband met hun planning en investeringsbeslissingen. Voor initiatiefnemers kan de informatie mogelijk nuttig zijn in gesprekken met overheden, die verantwoordelijk zijn voor het realiseren van de RES-ambitie ofwel van het regionaal bod. Bij vragen is NP RES beschikbaar voor advies.
Doel
Het doel van dit werkblad is om je te helpen met de vervolgstappen na RES 1.0 of RES 2.0. Zo kun je als overheid op 1 januari 2025 alle vergunningen voor duurzame energie op land hebben verleend. Dit past bij de afspraken uit het Klimaatakkoord.
Is het in 2025 niet gelukt om een omgevingsvergunning voor een project te verlenen? Ga dan door met het proces. Probeer de vergunning zo snel mogelijk alsnog te verlenen. Dit is geen doel op zich, maar doe je om de vastgelegde ambities te realiseren en met de blik gericht op 2050.
Het verlenen van deze vergunningen gaat niet vanzelf. Er is werk te doen.
Ambities verankeren
Veel RES’en hebben een grote ambitie. Deze ambitie moet deels nog worden geconcretiseerd en ruimtelijk worden ingepast. Regio’s met een hoge ambitie hebben te maken met uitdagende en complexe afwegingen over ruimtelijke inpassing en effecten op de fysieke leefomgeving. Als regio bepaal je samen met de omgeving waar zon- en windprojecten het beste kunnen komen en welke voorwaarden daarvoor gelden. Deze keuzes worden vervolgens verankerd in de instrumenten van de Omgevingswet.
Daarbij geldt dat de energietransitie één van de maatschappelijke opgaven is die ruimte vraagt. Ruimte is in Nederland schaars. Het ruimtelijke vraagstuk is daarmee niet het vinden van de ruimte op zichzelf, maar het omgaan met al die andere opgaven en belangen. Dat vraagt om het in samenhang wegen van de belangen, zo mogelijk koppelen of combineren van opgaven en het verantwoorden van soms ingrijpende keuzes. Bij het maken van keuzes over locaties voor duurzame opwek en bijbehorende infrastructuur moeten de effecten op natuur, milieu en landschap duidelijk in beeld worden gebracht. Het faciliteren van zon op daken bij bedrijven vraagt bijvoorbeeld een andere aanpak dan zon op daken van het rijks- of gemeentelijk vastgoed. Bijvoorbeeld participatie en hiermee de samenhangende doorlooptijd verschillen.
De instrumenten van de Omgevingswet ondersteunen het komen tot locatiekeuzes en het maken van de belangenafweging daarbij. Maar ook het verantwoorden en mitigeren van de gevolgen van die keuzes voor bijvoorbeeld natuur, milieu en landschap.
De RES-opgave
In 2030 is het doel voor de grootschalige (>15 kW) elektriciteitsproductie op land tenminste 35 TWh. In het Klimaatakkoord staan een aantal belangrijke uitgangspunten voor dit doel.
- De decentrale overheden hebben uiterlijk op 1 januari 2025 alle aangevraagde benodigde vergunningen voor hernieuwbaar opgewekte elektriciteit op land afgegeven.
- Zon op dak heeft effecten op de fysieke leefomgeving. In veel gevallen geldt voor zon op dak geen vergunningplicht (dit kan anders zijn bij monumenten), maar het moet wel uiterlijk in 2030 gerealiseerd zijn.
- Overheden laten de initiatieven voor de duurzame elektriciteitsproductie voornamelijk aan de markt over. De markt is in dit geval een verzamelterm voor alle soorten van initiatiefnemers: van projectontwikkelaars tot energiecoöperaties. Netwerkbedrijven vragen ook vergunningen aan. Het gaat namelijk om zowel de opwekkingseenheden als de bijbehorende infrastructuur, inclusief de benodigde transformatorstations.
- Vanuit dat uitgangspunt geredeneerd moet het voor de initiatiefnemers aantrekkelijk worden gemaakt om projecten op te zetten.
- Decentrale overheden spannen zich in om zo snel mogelijk planologische zekerheid te bieden aan initiatiefnemers. Om voldoende volume te waarborgen en uitval van projecten te compenseren wordt in de RES’en en omgevingsplannen meer ruimte gezocht en ingepland.
- Bij de eigendomsverdeling van hernieuwbare energie op land wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom.
Het Gesprek en verwachtingenmanagement
In dit werkblad zijn de verschillende kompasrichtingen verkend. Die lijken ‘logisch’, zoals ze op papier staan. Maar zowel overheden, als netbeheerders, als initiatiefnemers ervaren de praktijk als weerbarstiger. Het is een stevige klus om alles op tijd af te krijgen. Een goed verwachtingenmanagement biedt allerlei voordelen.
Het is nuttig om eens door de oogharen te kijken waar je (voor) staat. Het biedt kans om de balans van de eigen verwachtingen op te maken. Het kan helpen inzicht te krijgen in welke acties nodig zijn en of die urgent zijn voor het tijdig realiseren van de RES-opgave. Het helpt om met het eigen team en de omgeving de stand van zaken en verwachtingen af te stemmen. Belangrijk is een gezamenlijk beeld over wat er nog te doen staat voor het tijdig realiseren van de RES-opgave en hoe dit opgepakt kan worden (zie ook Het gesprek). Zo kan het lukken om de omgevingsvergunningen op tijd verleend te hebben. Hiervan is het doel om de voor 2030 vastgelegde ambities tijdig te realiseren en de blik op de ambities voor 2050 te blijven richten.
Aan de slag
Door met deze informatie aan de slag te gaan, ontstaat inzicht in de opgave die je hebt, hoe die eruit ziet, welke acties je kunt ondernemen en hoe urgent een en ander of zelfs alles is. Uit gesprekken met overheden in de RES-regio’s blijkt dat het laatste – allesomvattende urgentie – in veel situaties het geval is.
De opgave om de ambities uit de (herijkte) RES 1.0 daadwerkelijk te realiseren door op tijd vergunningen te verlenen, is stevig. De opgave wordt vanuit verschillende richtingen verkend, net zoals een kompas verschillende richtingen kan aangeven. De informatie is opgebouwd uit het verkennen van de volgende kompasrichtingen:
- Kompasrichting noordoost Bepaal het vertrekpunt: waar staan we en wat moet er nog gebeuren?
- Kompasrichting zuidoost Bepaal de sturingsfilosofie: wat is de rol van de RES-regio als samenwerkingsverband?
- Kompasrichting zuidwest Maak de ambitie concreet: wat zijn concrete zoekgebieden/projectlocaties met grote kansrijkheid?
- Kompasrichting noordwest Bepaal de route richting tijdige vergunningverlening: welke route leidt tot tijdige vergunningverlening?
Kompasrichtingen
Voor alle kompasrichtingen geldt
Het verkennen van de opgave met een blik naar alle kompasrichtingen is nuttig, ongeacht de fase waarin het proces zich bevindt. Daarom is het goed het verkennen niet te beschouwen als van a, naar b, naar c maar om met de richtingen mee te bewegen.
Voorafgaand aan het verkennen van de kompasrichtingen is de centrale vraag: ‘Schat ik in dat het lukt om de benodigde omgevingsvergunningen te verlenen?’ Daarbij is het goed om ook een eerste antwoord te geven op de vraag: ‘Wie en wat heb ik nodig om het voor elkaar te krijgen?’ Ofwel:
- Is de governance op orde?
Wie heb ik nodig? Wie kan ik waar doelmatig inzetten? Met wie kan ik samenwerken? Heb ik voldoende grip op het vaststellen en vervolgens uitvoeren van het beleid, de controle op deze uitvoering, de verdeling van verantwoordlijkheden en zeggenschap en de voortgang in de organisatie en planning? - Zijn er voldoende voorbereidingen getroffen?
Wat heb ik nodig en wat is de volgende stap? Is het beleid voldoende scherp? Het verrichte onderzoek toereikend? Heb ik een plan-MER nodig en is dat al afgerond of in gang gezet? Of heeft de provincie al een plan-MER in voorbereiding? Zijn de afwegingen bestuurlijk onderbouwd of is de onderbouwing juist sterk inhoudelijk gericht? Is het beleid voldoende uitgewerkt en gecommuniceerd?
Meer informatie
In de volgende hoofdstukken worden de kompasrichtingen verder uitgewerkt. In bijlage 1 worden verschillende casussen uitgewerkt.
Bij het verder uitwerken van de RES opgaven is het belangrijk dat u, los van de kompasrichtingen, aansluiting vindt bij collega's en de instrumenten van de Omgevingswet. In bijlage 2 is de werking van de RES per onderdeel van de beleidscyclus omschreven.