Desinformatie, hoe herken je het?
Een overzicht met achtergrondinformatie.
Wat is het verschil tussen des-, mis- en malinformatie?
- Desinformatie is gefabriceerde of bewust gemanipuleerde informatie die bewust verspreid wordt. Met als doel er geld mee te verdienen of de publieke opinie te beïnvloeden, schade toe te brengen aan het publieke debat, democratische processen, de open economie of nationale veiligheid.
- Nepnieuws is foutieve informatie, vaak op sensatie gericht, die de inhoud van nieuwsmedia nabootst. Vaak wordt de term nepnieuws in de verkeerde context gebruikt, als het bijvoorbeeld om desinformatie of framing gaat.
- Niet iedereen die desinformatie verspreid, doet dat met opzet. Daarom bestaat er een verschil tussen desinformatie en misinformatie. Misinformatie is onbewust onjuiste informatie die verspreid wordt zonder bewust schade aan te willen richten.
- Malinformatie (of laster) is het bewust schade aanrichten aan een persoon, door bijvoorbeeld informatie te lekken of iemand te chanteren.
- Bij framing wordt het bericht niet objectief maar subjectief gepresenteerd. Een frame is een kader dat je gebruikt als je een verhaal vertelt en kan een eenzijdig beeld geven van een verhaal.
Dit overzicht is niet compleet, want er zijn nog meer vormen van misleidende en onjuiste informatie. Kijk voor meer informatie in de literatuurlijst.
De geschiedenis
‘Nepnieuws’ of ‘desinformatie’ mogen dan recente termen zijn, het fenomeen zelf bestaat al eeuwen. Machthebbers en geschiedschrijvers hebben altijd al een eigen versie van de waarheid willen geven. De auteurs van het boek ‘Echt Nep’ zeggen dan ook dat spelen met (of manipuleren van) de realiteitsperceptie onlosmakelijk verbonden is met de menselijke natuur. Door de algoritmen die aan de basis liggen van sociale mediaplatforms kan de desinformatie tegenwoordig echter snel en breed verspreid worden. Daardoor kunnen gelijkgestemden elkaar sneller vinden.
Het grote publiek maakte in 2016, tijdens de presidentsverkiezingen in Amerika tussen Donald Trump en Hillary Clinton, kennis met nepnieuws. Rondom de verkiezingen werden bewust en op grote schaal nepberichten verspreid via – met name – socialemediaplatformen als Facebook en Twitter.
In 2021, midden in de coronapandemie, verspreidde een ’trollenleger’ maandenlang desinformatie over corona in Nederland. Ook rondom klimaat gaan er veel misleidende berichten rond.
Op dit moment waarschuwen toonaangevende instituten dat desinformatie door verdergaande digitalisering een steeds groter bereik heeft, met de potentie om onze democratische rechtsorde aan te tasten. Om de effecten van desinformatie te beperken, adviseren wetenschappers onder andere om als overheid transparant te handelen, een pluriform medialandschap te behouden en te investeren in de mediawijsheid van inwoners.
Framing, sterke narratieven en eenzijdige berichtgeving
In de kennissessies die wij organiseerden, en uit ervaringsverhalen bleek dat als er wordt gesproken over ‘desinformatie’ of ‘nepnieuws’, het vaak gaat over ‘misinformatie’ of ‘framing’. Bepaalde sterke narratieven, die geen desinformatie bevatten, kunnen beeldvorming en besluitvormingsprocessen beïnvloeden.
Denk bijvoorbeeld aan berichten over gezondheidsproblemen die kunnen ontstaan door bij windmolens te wonen of over vogels die overlijden door windmolens. Dit is niet per definitie ‘desinformatie’, maar het geeft in sommige gevallen een zeer eenzijdig beeld van het hele verhaal, waardoor er wantrouwen en twijfel ontstaan. Zo kan een verhaal ook eenzijdig zijn als er geen hoor- en wederhoor wordt toegepast.
Voor de leesbaarheid en omdat we gebonden zijn aan de bergingen van taal, gebruiken we in dit werkblad vanaf nu af ‘desinformatie’ als parapluterm voor alle vormen van misleidende en onjuiste informatie, zoals misinformatie, nepnieuws en framing.
Wie creëert desinformatie en waarom?
Zoals eerder benoemd is desinformatie geen nieuw fenomeen, alleen verspreidt het zich nu veel sneller en verder.
In Nederland wordt vooral desinformatie verspreid door bedrijven of personen om geld te verdienen. Hoe meer mensen op een artikel klikken, hoe meer geld de makers krijgen vanwege de getoonde advertenties. We noemen dit clickbait. Ook kunnen met advertenties door middel van microtargeting (zie de begrippenlijst voor de betekenis hiervan) bepaalde burgers heel gericht worden bereikt.
Naast geld verdienen wordt er ook desinformatie gemaakt om meningen te beïnvloeden, bijvoorbeeld in de aanloop naar verkiezingen of bij belangrijke lokale of regionale beslismomenten. Er worden diverse soorten tactieken toegepast, zoals persoonlijke verhalen, inspelen op angst en onvrede en het op ‘de man’ spelen, waarbij een persoon of instantie wordt aangevallen. We zien ook een grote hoeveelheid desinformatie rondom zogenoemde wicked problems (taaie vraagstukken, die moeilijk oplosbaar zijn). Zo blijkt bijvoorbeeld uit recent onderzoek dat tieners regelmatig misleidende informatie tegenkomen over klimaat op TikTok.
Kijk voor meer voorbeelden van desinformatie in de literatuurlijst.
Desinformatie vormen, verspreiding en bestrijding
Desinformatie kan vele vormen hebben: een nieuwsbericht op internet, een video op sociale media, een artikel op een nieuwssite of een foto in een appgroep. Met de komst van steeds geavanceerdere technologieën zijn er tools beschikbaar waarmee je in een handomdraai gemanipuleerde teksten en beelden kunt fabriceren. Denk bijvoorbeeld aan deepfake generators die films en videoʼs maken die nauwelijks van echt te onderscheiden zijn en AI chatbots zoals ChatGPT die goed leesbare teksten creëren. Iedereen kan content plaatsen op internet. Daardoor lijken de grenzen tussen nieuws, desinformatie en advertenties te vervagen.
Desinformatie kan zich op veel verschillende manieren verspreiden. Via sociale media in individuele tweets, posts, berichten in gesloten chatgroepen op Telegram en Whatsapp, in Facebook-groepen of door het delen van video’s op YouTube. Zo is een hoax een nepbericht dat wordt verspreid via e-mail of sociale media. De ontvangers of lezers worden gevraagd om het bericht zoveel mogelijk te delen.
Hiervoor worden diverse technieken ingezet zoals sockpuppetry, flooding, trollen, bots, of juist brigading, hashtag spamming, keyword squatting, source hacking en swarming. Een uitleg van termen vind je in de literatuurlijst.
Verspreiding en bestrijding
Naast reguliere burgers en trollen kunnen ook mensen met een groot bereik, zoals influencers of politici, verspreiders zijn. Daarnaast kunnen algoritmen onjuiste of sensationele informatie extra zichtbaar maken of aanraden aan burgers. Hier ligt een belangrijke rol voor platformen. Een groot aantal techbedrijven proberen dan ook met allerlei maatregelen het maken en verspreiden van desinformatie tegen te gaan. Tevens is er in EU verband de Digital Services Act (DSA) (DSA) ontwikkeld die aangeeft welke verantwoordelijkheden platformen hebben. De DSA verplicht de grootste online platformen maatregelen te nemen om systemische risico’s te verminderen. Waaronder de verspreiding van desinformatie. Kijk op de site van VNG als je meer wilt lezen over acties en beleid tegen desinformatie vanuit de EU, het rijk en op gemeenteniveau.
Slechte journalistiek kan tevens een vorm van misleidende informatie zijn. Bijvoorbeeld pulpnieuws (in het Engels: junk news) is nieuws van lage journalistieke kwaliteit, geproduceerd door onbekende mediamerken, met sensationele inhoud en clickbait-koppen. Uit onderzoek van het Leiden Institute of Advanced Computer Science (LIACS) in samenwerking met het Leidse factcheck-initiatief Nieuwscheckers blijkt blijkt dat dit soort sensationele berichten afkomstig van obscure websites, op Facebook meer likes en reacties krijgen dan nieuws van erkende nieuwsmedia als NOS, NU.nl en NRC.
Een complottheorie of samenzweringstheorie is een verklaring van een meestal belangrijke gebeurtenis, ontwikkeling of toestand op bijvoorbeeld sociaal, politiek of economisch gebied die wordt geweten aan een samenzwering. Iemand die in een complottheorie gelooft wordt een complotdenker genoemd. Een aanvankelijk onschuldige observatie of vraag van een individu kan, als deze in bepaalde online discussiegroepen belandt, heel snel uitgroeien tot een complot. Wantrouwen, achterdocht, desinformatie en verwarring leiden tot het leggen van verbanden tussen informatie en vormen een gezonde voedingsbodem voor nieuwe verhalen en wendingen. Complottheorieën kunnen kloppen, of kunnen zijn gebaseerd op verkeerde vooronderstellingen en daarom onjuist zijn. Daarnaast kan een complot slechts vermakelijk zijn, maar kan het ook ernstige consequenties hebben voor het vertrouwen in en de reputatie van mensen, bedrijven en overheden. Tevens zitten er vaak verdienmodellen achter het verspreiden van complotten.
Bovenstaande omschrijving is niet allesomvattend. De communicatiemogelijkheden veranderen continu en er komen nieuwe vormen en verspreiding tactieken bij. Wil je meer lezen over diverse vormen van desinformatie, de verschillende tactieken en manieren waarop je het kunt herkennen? Of wil je meer weten over diverse maatregelen die worden genomen? In de literatuurlijst vind je een overzicht van bronnen.
Voorbeeld van Misleidende kop in de Telegraaf.
https://www.telegraaf.nl/watuzegt/2135832394/de-kwestie-die-hele-energi…
Wat is de impact van desinformatie?
De hoeveelheid desinformatie is de afgelopen jaren gestegen. De impact ervan kan echter sterk variëren, afhankelijk van de specifieke context en het onderwerp. Er zijn meerdere gevallen bekend waarbij desinformatie grote invloed had op de beeldvorming rondom een proces, bedrijf of persoon, maar vaak is dit verbonden aan al heersende onvrede en wantrouwen.
Er is echter relatief weinig onderzoek gedaan naar het werkelijke effect van desinformatie op beeldvorming en het gedrag van individuele gebruikers van sociale media. Daarom is het niet mogelijk om hier harde conclusies uit te trekken. Momenteel is er onder wetenschappers nog geen eensgezindheid over de effecten van blootstelling aan verschillende standpunten op iemands ideologische perspectieven. Enerzijds zou het toenemende gebruik van sociale media en gepersonaliseerde nieuwscontent als een 'filterbubbel' of 'echokamer' kunnen werken die iemands bestaande overtuigingen kan versterken. Anderzijds is er een groeiende hoeveelheid empirisch onderzoek dat stelt dat het effect van filterbubbels en echokamers wellicht verkeerd wordt ingeschat, en dat mogelijk slechts een klein deel van de mensen zich wendt tot bronnen van desinformatie.
Het positieve nieuws is dat het vertrouwen in reguliere nieuwsmedia, in vergelijking met omringende landen, in Nederland groot is. Dat blijkt uit recent onderzoek van het Commissariaat voor de Media. Volgens verschillende experts moeten we er dan ook voor waken dat we te veel aandacht geven aan het fenomeen ‘nepnieuws’ of ‘desinformatie’. Het risico is dat mensen het reguliere nieuws niet meer geloven en niet meer weten waar ze betrouwbare informatie vandaan kunnen halen. Er wordt dan ook steeds meer gewezen naar nieuwswijsheid en zorgvuldige en transparante journalistiek als medicijn tegen desinformatie.
lees over luister het volledige artikel hier.
Waarom geloven en/of verspreiden mensen desinformatie?
Desinformatie heeft geen effect als het niet verder verspreid wordt. In deze paragraaf leggen we uit waarom dit toch gebeurt en welke verschillende factoren ons vatbaar maken voor desinformatie.
De meeste mensen nemen in eerste instantie aan dat wat ze horen waar is. Dit wordt ook wel truth bias genoemd. Een begrijpelijke aanname, want als je alle informatie in twijfel trekt, kom je niet veel verder. Ook evolutionair gezien is het niet zo gek dat de mens zich zo heeft ontwikkeld. De meeste omgevingen zijn niet misleidend en het is doorgaans verstandig om direct op gevaar te reageren. Zo is bijvoorbeeld ook de aantrekkingskracht van complottheorieën verbonden aan de wens om eenvoudige verklaringen voor complexe zaken of gebeurtenissen te vinden.
In tweede instantie kun je informatie ter discussie stellen. Toch doen we dat lang niet altijd. Dat heeft te maken met de manier waarop we de overvloed van informatie die we dagelijks tegenkomen, verwerken. We doen dat meestal intuïtief en we gebruiken mentale vuistregels die in de wetenschappelijke literatuur worden beschreven als bias.
Mentale vuistregels
Veel van het onderzoek naar desinformatie komt uit de Verenigde Staten. , Uit dit vaak psychologische onderzoek blijkt dat partijdigheid de belangrijkste reden is om desinformatie te geloven en te verspreiden. We zijn sneller geneigd informatie voor waar aan te nemen als deze afkomstig is uit de eigen groep. Een andere belangrijke factor is confirmation bias: we hebben een voorkeur voor informatie die aansluit bij onze eigen denkbeelden. Als je eenmaal in een verhaal gelooft, dan sta je vooral open voor bewijzen die de (onjuiste) informatie bevestigen. Over het algemeen verwerken mensen informatie in het licht van hun eigen overtuigingen, een fenomeen dat motivated reasoning wordt genoemd. Kennis is hierbij minder van invloed dan onze (politieke) identiteit. Hiernaast spelen emoties een belangrijke rol. We zijn eerder geneigd informatie te geloven die past bij onze emotionele toestand. Ook kunnen emotionele triggers, zoals bijvoorbeeld ontslag of het overlijden van een dierbare, ons bevattelijker maken voor bepaalde informatie.
Hierbij is nog een belangrijke kanttekening te maken. We gaan er meestal van uit dat mensen die een bericht verspreiden daar ook in geloven. Maar een deel van de mensen die desinformatie verspreiden, gelooft daar zelf helemaal niet in. Ze doen het bijvoorbeeld om uiting te geven aan hun emoties of om te laten zien waar ze staan in een bepaalde discussie. Dit fenomeen staat bekend als de sharing paradox. Zeker als het gaat om de vraag hoe we op de verspreiding van des- en desinformatie moeten reageren, is het goed dit in ogenschouw te nemen. Het gaat meestal niet om de informatie zelf, maar om andere behoeften. Tot slot zijn er nog een aantal andere factoren. Bij herhaalde blootstelling aan een bepaald bericht kunnen mensen er steeds meer in gaan geloven. Door de vluchtigheid van sociale media is het niet gemakkelijk om kritisch te kijken naar informatie en ruimte te maken voor reflectie. Als we een bericht zien, hebben we daar gelijk onbewust een oordeel over. Ook denken we eerder dat iets waar is, als veel mensen het leuk vinden of delen. Volgens veel onderzoekers kan mediawijsheid hier een belangrijke rol in spelen. In hoofdstuk 2 staat een uitleg van wat we onder mediawijsheid verstaan.
Sensemaking
Deze voorbeelden uit de psychologie en het media-onderzoek laten zien dat kennis of alleen feitelijke informatie versturen weinig invloed heeft op het geloven en verspreiden van desinformatie.
Het is goed om aandacht te besteden aan de vraag waarom mensen informatie tot zich nemen. Hiervoor moeten we kijken naar het proces waarmee mensen betekenis geven aan nieuwe informatie, in de wetenschappelijke literatuur aangeduid als sensemaking. Dit is het proces waarmee we voor onszelf een begrip vormen van de complexe werkelijkheid om ons heen. We doen dat door wat we waarnemen, te verbinden aan wat we denken en doen. Elke keer dat we geconfronteerd worden met een ambigue situatie (die voor velerlei uitleg vatbaar is), zouden we onszelf de sensemaking-vraag stellen: wat gebeurt hier eigenlijk? We maken keuzes op basis van informatie, maar ook vanuit eerdere ervaringen, verwachtingen, emoties en belangen. En niet op basis van zekerheid, nauwkeurigheid en helderheid.
Uit onderzoek van de Vrije Universiteit naar sensemaking ten tijde van de coronacrisis valt het volgende te leren:
- De persoonlijke situatie is altijd het uitgangspunt.
- Informatie speelt een beperkte rol.
- De relaties tussen personen en instituties zijn zeer bepalend.
- Onzekerheid en ambiguïteit kan je niet wegdenken.
- Waarden, gevoelens en het wereldbeeld bepalen ons perspectief.
Het gevolg hiervan is dat we in onze omgang met desinformatie meer oog moeten hebben voor de context waarin en de manier waarop we oordeel vormen, betekenis geven en ons bewust worden van de voorlopigheid en onvolledigheid van onze kennis. Onze sensemaking is dus altijd beperkt en we hebben elkaar nodig om te weten wat er speelt.
Om te onderzoeken wat er speelt kun je bijvoorbeeld kijken naar de behoeften die achter de emoties liggen. Uit het onderzoek ‘Communicatie in tijden van onbehagen; Moet dat nou zo?’ komen drie behoeften naar voren die, wanneer ze onder druk komen te staan, kunnen leiden tot heftige emoties. Deze drie kunnen apart of in samenhang voorkomen. Het gaat om de volgende behoeften:
- Gebrek aan bevestiging en erkenning: mensen voelen zich oneerlijk behandeld, niet gehoord en niet gewaardeerd.
- Gebrek aan regie op eigen leven: mensen ervaren machteloosheid, ze krijgen het gevoel dat ze niet kunnen meekomen of worden achtergesteld.
- Gebrek aan veiligheid, zekerheid: mensen ervaren gevoelens van angst voor een onzekere toekomst, verlies van de Nederlandse identiteit en verlies van bestaan(szekerheid).