Lokaal Eigendom en Financiële Participatie

In dit deel kijken we naar wat lokaal eigendom is, de totstandkoming ervan, overige vormen van financiële participatie en wat er juridisch mogelijk is in de borging van lokaal eigendom.

Definitie lokaal eigendom


Het streven naar 50% lokaal eigendom is opgenomen in het Klimaatakkoord van 2019:

“Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (bewoners en bedrijven). Investeren in een zon– en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook mee-investeren en risico lopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken.”

Het streven naar lokaal eigendom neemt in belang toe. Hierbij gaat over draagvlak, maar bijvoorbeeld ook over innovatieve manieren om de opgewekte elektriciteit lokaal te gebruiken. Daar is zeggenschap van de omgeving over de productie-installatie en de opwek voor nodig. Het gaat bij lokaal eigendom dus om het juridisch eigendom van de productie-installatie.

Wij onderscheiden drie typen lokaal eigendom:

  1. Eigendom van een collectief samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs en/of andere lokale partners in de omgeving van het project. Uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omgeving de kans moet hebben gehad om deel te nemen aan het project. Voorbeelden zijn een coöperatie of energiegemeenschap.
  2. Publiek eigendom, zoals een gemeente, waterschap, drinkwaterbedrijf etc. Dit omvat ook eigendom van bedrijven met 100% publieke aandeelhouders, zoals ProRail.
  3. Eigendom van lokale ondernemers, bedrijven, agrariërs of maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging, vaak op eigen terrein.

Een project realiseren met lokaal eigendom betekent dat de lokale omgeving risicodragend investeert in het project. Hoe eerder het lokaal eigendom tot stand komt, en hoe hoger het aandeel lokaal eigendom, hoe hoger het financieel risico voor de lokale omgeving en hoe hoger de potentiële winsten. Na vergunningverlening en financial close zijn er nog steeds projectrisico’s (zeker bij projecten met een magere businesscase), maar die zijn doorgaans kleiner dan in de voorbereidende fase.

Totstandkoming lokaal eigendom


Lokaal eigendom kan op drie manieren tot stand komen:

  1. Een lokale partij (zoals een coöperatie, publieke organisatie of één of meerdere lokale bedrijven, of een combinatie hiervan ) kan zelf optreden als initiatiefnemer van een energieproject. In dat geval ontwikkelt de omgeving zelf een energieproject en is er automatisch sprake van 100% lokaal eigendom (tenzij er afspraken over eigendomsverdeling worden gemaakt met een derde partij).
  2. Een tweede mogelijkheid is dat een commerciële energieontwikkelaar vanaf het begin gelijkwaardig samenwerkt met de lokale omgeving (zoals een coöperatie, publieke partij of één of meerdere lokale bedrijven of een combinatie hiervan). In dat geval is er vanaf het begin sprake van 50% lokaal eigendom. De lokale omgeving investeert dan vanaf het begin voor 50% mee in het project. De afspraken over de samenwerking en eigendomsverdeling worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen ontwikkelaar en de vertegenwoordiging van de lokale omgeving / koepelcoöperatie
  3. Het is ook mogelijk dat een commerciële energieontwikkelaar optreedt als initiatiefnemer van het energieproject en afspraken maakt met een lokale partij over de eigendomsverdeling. Deze afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst. De eigendomsverdeling is in dat geval afhankelijk van de precieze afspraken, de risicoverdeling en de investeringen.

Overheden, zowel op Rijksniveau als lokale overheden, zijn (in beginsel) geen onderdeel van de afspraken in een omgevingsovereenkomst. De omgevingsovereenkomst is enkel een afspraak tussen de commercieel ontwikkelaar van een energieproject en een lokale partij die mede ontwikkelt en het lokale eigendom vorm kan geven. Wel is in het Klimaatakkoord afgesproken dat het bevoegd gezag (provincies of gemeenten) toezien op de totstandkoming van lokaal eigendom bij energieprojecten. De provincie en/of gemeente maakt dus geen deel uit van de overeenkomst, maar begeleidt het proces wel naar het afsluiten van zo’n overeenkomst.

Financiële participatie


Behalve lokaal eigendom bestaan er andere manieren voor de omgeving om financieel te participeren in energieprojecten: financiële deelneming, omgevingsfonds en/of een omwonendenregeling.

lokaal eigendom/mede-eigenaarschap

De verschillende vormen sluiten elkaar niet uit. In een project kunnen alle vier vormen worden toegepast. Dit is altijd het resultaat van een gesprek tussen provincie en/of gemeenten (bevoegd gezag), ontwikkelaar(s) en de omgeving (procesparticipatie). Als er sprake is van (coöperatief) lokaal eigendom zal bijvoorbeeld ook sprake kunnen zijn van financiële deelneming, omdat de coöperatie op die manier het benodigde eigen vermogen organiseert en zo de eigen leden, de directe omgeving en soms een bredere omgeving daaromheen in staat stelt te investeren in het project. Bij grote zon- of windprojecten wordt vaak ook een omgevingsfonds ingericht, ook als er sprake is van (gedeeltelijk) lokaal eigendom.

Juridisch kader en borging in beleid


In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de lokale overheid (gemeente of provincie) toeziet op de totstandkoming van lokaal eigendom. Gemeenten en provincies kunnen lokaal eigendom juridisch niet afdwingen als resultaatverplichting, omdat daar geen wettelijke basis voor bestaat. Wel kan de lokale overheid de voorwaarden vastleggen waaronder het wil meewerken aan een energieproject, zoals de inspanning die van een (commerciële) energieontwikkelaar gevraagd wordt op het gebied van participatie en lokaal eigendom. Het moet daarbij wel heel duidelijk zijn wat de verwachte inspanning inhoudt.

Met de aanstaande inwerkingtreding van de Energiewet krijgen provincies en gemeenten de mogelijkheid om deze inspanningsverplichting wettelijk vast te leggen en daarmee juridisch af te dwingen. Op grond van artikel 6.8 van de Energiewet kunnen provincies en gemeenten bij verordening vastleggen dat initiatiefnemers goed en helder moeten motiveren welke inspanningen zij hebben verricht om tot lokaal eigendom te komen, welk percentage mede-eigendom is overeengekomen en als 50% lokaal eigendom niet gelukt is, wat daar de redenen van zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn afgesproken. Een provincie of gemeente kan in haar omgevingsbeleid (omgevingsvisie of omgevingsprogramma) vastleggen waarom zij het streven naar lokaal eigendom belangrijk vindt en welke ambities zij op dit terrein heeft. De inspanningsverplichting kan zij vervolgens vastleggen in regels in ofwel een verordening of in het omgevingsplan.

Als een gemeente of provincie deze verplichtingen oplegt, is het raadzaam goed en zo concreet mogelijk te omschrijven wat het ambitieniveau voor lokaal eigendom is en de inspanning die redelijkerwijs gevraagd wordt van energieontwikkelaars om dit te bereiken. Bij het toetsen van een aanvraag omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag vervolgens ook de inspanningen rondom lokaal eigendom toetsen, en eventueel de vergunningsaanvraag afwijzen indien deze inspanningen tekortkomen. De Energiewet geeft de mogelijkheid aan provincies en gemeenten om een sanctie (boete) op te leggen, als een ontwikkelaar niet of onvoldoende motiveert waarom het lokaal eigendom niet gelukt is.

Meer informatie over het juridisch kader en hoe gemeenten lokaal eigendom kunnen borgen in hun beleid is te vinden in het werkblad Lokaal Eigendom.