Bijlage 3: basisteksten beleidskader lokaal eigendom OER-projecten
Zoals in de handreiking aangegeven zullen veel OER-projecten op gronden van Rijkswaterstaat binnen het gebied van meerdere gemeenten ontwikkeld worden.
Als de lokale overheden eisen rondom lokaal eigendom willen vastleggen, moet gezamenlijk beleid vastgelegd worden. Dit kan op gemeentelijk niveau door alle gemeenteraden hetzelfde beleid te laten vaststellen, maar ook op provinciaal niveau. Onderstaande teksten zijn een basis, waaraan de samenwerkende overheden verder kunnen werken. In het werkblad Lokaal Eigendom van NP RES zijn de te nemen stappen en de te maken keuzes opgenomen om te komen tot provinciaal of gemeentelijk beleid voor lokaal eigendom.
De gemeenten hebben daarbij twee opties om die beleidsmatige borging vorm te geven, die zowel samen als afzonderlijk te hanteren zijn:
- Via omgevingsbeleid: zie ‘Basistekst voor omgevingsbeleid lokaal eigendom in OER-projecten’;
- Via het stellen van regels in het omgevingsplan of verordening: zie ‘Basistekst beleidsregels omgevingsplan of verordening’.
Een combinatie van beide opties heeft de meeste zeggingskracht. In dat geval worden de ambities en doelstellingen voor lokaal eigendom vastgelegd in het omgevingsbeleid en wordt dat beleid en de inspanningsverplichting vervolgens vertaald in regels in omgevingsplan of een verordening, waardoor de inspanningsverplichting wettelijk geborgd wordt en daarmee ook juridisch afdwingbaar wordt.
Tekst [tussen haken] is in te vullen door provincie en/of gemeente
Basistekst voor omgevingsbeleid lokaal eigendom OER-projecten
De provincie / gemeente […..] geeft met dit beleid opvolging aan de afspraken over participatie uit het Klimaatakkoord, de RES […] van RES-regio [….], de handreiking lokaal eigendom in OER-projecten en de regels over participatie in de Omgevingswet. De provincie / gemeente vindt een zorgvuldig participatieproces over hernieuwbare energieprojecten van groot belang. Dat vergt inspanningen van de initiatiefnemer om de lokale omgeving te laten participeren. Onder 'lokale omgeving' wordt verstaan: inwoners en partijen gevestigd in de lokale omgeving van het zon- of windproject, zoals geografisch bepaald in [bijlage X]. De provincie / gemeente streeft naar 50% lokaal eigendom, waarbij de provincie / gemeente bij lokaal eigendom uitgaat van het juridisch eigendom van de productie-installatie. Lokaal eigendom is het eigendom van de lokale omgeving. Onder eigendom verstaat de provincie / gemeente: het juridische eigendom (zoals beschreven in het Kadaster) van de productie-installatie (van het zonnepark of de windmolen op land) en daarmee de zeggenschap over de opgewekte stroom en de revenuen daarvan.
De provincie / gemeente onderscheidt conform het begrippenkader RES het of de volgende type(n) lokaal eigendom en een type niet-lokaal eigendom [gemeente kan er voor kiezen om een of twee van de eerste drie types niet op te nemen]:
- Bewonerscollectieven en lokale partners: eigendom van een collectief samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs of andere lokale partners in de omgeving van het project. Uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omgeving, inclusief de omwonenden de kans moet hebben gehad om deel te nemen in het project.
- Publiek: eigendom van gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven, e.d. Dit omvat ook eigendom van bedrijven met 100% publieke aandeelhouders.
- Lokale bedrijven: eigendom van lokale ondernemers, agrariërs, maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging (vaak op eigen terrein).
- Geen lokaal eigendom: eigendom van een partij die niet in de omgeving van het project is gevestigd. Vaak is dit een projectontwikkelaar, maar kan ook een investeringsfonds, vastgoedbedrijf of ander bedrijf zijn.
Lokaal eigendom en financiële participatie
Lokaal eigendom is één van de vier vormen van financiële participatie. De provincie / gemeente ziet naast lokaal eigendom graag ook andere vormen van financiële participatie van de lokale omgeving bij deze projecten, met name [obligaties / omgevingsfonds /omwonendenregeling].
De provincie / gemeente vraagt de initiatiefnemer(s) van de productie-installatie (zonnepark of windpark op land) van OER-projecten om vroegtijdig, bijv. via de koepelorganisatie, met de lokale omgeving een procesparticipatietraject aan te gaan om zo een goed beeld te krijgen van de wensen van de lokale omgeving, onder andere ten aanzien van financiële participatie en andere (ruimtelijke) aspecten. In een participatieplan beschrijft de initiatiefnemer van de productie-installatie hoe dit participatieproces met de lokale omgeving wordt gevoerd. Het participatieplan wordt door de initiatiefnemer, in samenspraak met de gemeente en de omgeving (bijvoorbeeld via de koepelorganisatie) opgesteld. De provincie / gemeente ziet in het participatieplan in ieder geval terug:
- Welke burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties als lokale omgeving deelnemen aan het participatieproces en welke invloed zij daarbij hebben, d.m.v. een stakeholderanalyse die aansluit bij de geografische afbakening die geldend is voor het OER-project zoals neergelegd in [bijlage X]
- Op welke wijze de lokale omgeving deelneemt aan het participatieproces, met een vooruitblik naar participatie tijdens de bouw- en exploitatiefase;
- Hoe de lokale omgeving op de hoogte wordt gehouden van het project, welke middelen daarvoor worden ingezet en waar informatie over het hernieuwbare energieproject beschikbaar is;
- Op welke wijze wordt verkend wat de wensen van de lokale omgeving ten aanzien van 50% lokaal eigendom en financiële participatie zijn;
- Hoe de initiatiefnemer zich inspant om met de lokale omgeving tot afspraken te komen over lokaal eigendom en financiële participatie, waarbij ingegaan wordt op de volgende punten:
- Er is een overeenkomst gesloten met de lokale omgeving, waaruit blijkt of en voor hoeveel procent de productie-installaties in lokaal eigendom ontwikkeld en geëxploiteerd worden;
- Er is een financieel participatieplan, waaruit blijkt hoeveel procent van de opbrengsten terugvloeit naar de omgeving;
- Hoe de uitkomsten van de verkenningen en gesprekken met de lokale omgeving worden vastgelegd en beschikbaar worden gesteld voor die lokale omgeving
- Hoe de initiatiefnemer de afspraken met de lokale omgeving wenst vast te leggen en hoe alle partijen kunnen toezien op de naleving van de afspraken;
- Een ondernemingsplan dat ten miste bestaat uit:
a.een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur;
b.de rol van de koepelorganisatie en/of energiecoöperatie in de ontwikkeling;
c.de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding;
d.in welke entiteit de productie-eenheden worden onder gebracht;
e.wie over de stroomaansluiting beschikt;
f.inzicht in de financiën en kasstromen door een geprognotiseerde balans, en verlies en winstrekening aan te leveren, inclusief een helder en realistisch kasstroomoverzicht gebaseerd op een reële opbrengstverwachting;
g.hoe het opruimen van de windmolen(s) of zonnepark(en) wordt geborgd.
[….]
Basistekst beleidsregels omgevingsplan of verordening
De gemeenteraad van de provincie / gemeente [………..]; gelezen het voorstel van het college van gedeputeerden / burgemeester en wethouders van d.d [……]; overwegende dat
- het gewenst is om regels vast te stellen omtrent lokaal eigendom bij de opwek van duurzame energie via een productie-installatie (één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s));
- in het Klimaatakkoord, de Regionale Energie Strategie [……..], [het beleid van de gemeente ……/ de motie … van gemeenteraad van….] is uitgesproken dat lokaal eigendom gewenst is voor de acceptatie van en de lokale zeggenschap over de opwek van duurzame energie via zonneparken en/of windmolens;
- De Omgevingswet en artikel 6.8 van de Energiewet gemeenten de mogelijkheid biedt om de inspanningsverplichting voor het verkrijgen van lokaal eigendom juridisch afdwingbaar te maken;
gelet op
- de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- de Klimaatwet;
- het Klimaatakkoord;
- de RES […………];
- de Handreiking lokaal eigendom in OER-projectenparticipatie via [……………………..] met stakeholders, inwoners en grondeigenaren in de potentiële zoekgebieden;
- ruimtelijke kaders die naast deze beleidsregels [zijn/worden] vastgesteld;
- de regels en procedures die gelden bij het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor de activiteit;
- het toepassen van de participatieparagraaf uit het Klimaatakkoord de inspanningsverplichting om te komen tot 50% van de productie in eigendom van de lokale omgeving;
- de participatie van omwonenden: zowel in het proces als door middel van financiële participatie.
b e s I u i t vast te stellen de volgende beleidsregels:
Lokaal eigendom opwek duurzame energie via productie-installatie(s) in de provincie / gemeente [………..]
Hoofdstuk l Algemeen
Artikel 1 Definities
OER: Programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed in opdracht van het Ministerie van Klimaat & Groene Groei.
Koepelcoöperatie: de lokale omgeving die zich organiseert in een coöperatie die de lokale omgeving vertegenwoordigd van het gehele tracé van het OER-project. Dat kan doordat bestaande lokale energiecoöperaties zich verenigen in een koepelcoöperatie of doordat de lokale omgeving een koepelcoöperatie opricht als er nog geen energie-initiatieven zijn.
Lokaal eigendom: het eigendom van de lokale omgeving. Onder eigendom verstaat de gemeente: het juridische eigendom (zoals beschreven in het Kadaster) van de productie-installatie (van het zonnepark of de windmolen op land) en daarmee de zeggenschap over de opgewekte stroom en de revenuen daarvan.
De gemeente onderscheidt conform het begrippenkader RES de volgende typen lokaal eigendom en een type niet-lokaal eigendom [gemeente kan er voor kiezen om een of twee van de eerste drie types niet op te nemen]:
- Bewonerscollectieven en lokale partners: eigendom van een collectief samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs of andere lokale partners in de omgeving van het project. Uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omgeving, inclusief de omwonenden de kans moet hebben gehad om deel te nemen in het project.
- Publiek: eigendom van gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven, e.d. Dit omvat ook eigendom van bedrijven met 100% publieke aandeelhouders.
- Lokale bedrijven: eigendom van lokale ondernemers, agrariërs, maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging (vaak op eigen terrein).
- Geen lokaal eigendom: eigendom van een partij die niet in de omgeving van het project is gevestigd. Vaak is dit een projectontwikkelaar, maar kan ook een investeringsfonds, vastgoedbedrijf of ander bedrijf zijn.
Lokale omgeving: inwoners en partijen gevestigd in de lokale omgeving van het zon- of windproject, zoals geografisch bepaald in [bijlage X]
Productie-installatie: zonnepark of de windmolen op land.
Artikel 2 Reikwijdte
Deze beleidsregel is van toepassing op lokaal eigendom bij een productie-installatie op rijksgrond in OER-projecten in de gemeente [………]
Artikel 3 Doel
Deze beleidsregel heeft tot doel om:
- 1. lokaal eigendom te waarborgen bij een productie-installatie op rijksgrond in OER-projecten.
- vast te leggen hoe de gemeenteraad omgaat met initiatieven rondom lokaal eigendom bij een productie-installatie op rijksgrond in OER-projecten.
Artikel 4 Proces
De gemeente vraagt de initiatiefnemer(s) van de productie-installatie om vroegtijdig, in OER-projecten bijvoorbeeld via een koepelcoöperatie, met de lokale omgeving een procesparticipatietraject aan te gaan om zo een goed beeld te krijgen van de wensen van de lokale omgeving, onder andere ten aanzien van financiële participatie en andere (ruimtelijke) aspecten. In een participatieplan beschrijft de initiatiefnemer van de productie-installatie hoe dit participatieproces met de lokale omgeving wordt gevoerd. Het participatieplan wordt door de initiatiefnemer, in samenspraak met de gemeente, in OER-projecten met bijv. de koepelorganisatie, en de omgeving opgesteld. De gemeente verwacht van de initiatiefnemer dat het participatieproces conform het eigen participatieplan wordt vormgegeven.
Initiatiefnemer(s) motiveert schriftelijk aan het College van Burgemeester en Wethouders:
- welke inspanningen hij heeft verricht om lokaal eigendom ten aanzien van de voorgenomen installatie en de exploitatie daarvan door de kring van partijen, gevestigd in de nabije omgeving van de installatie, zoals geografisch afgebakend in [bijlage X], te bevorderen;
- welk percentage lokaal eigendom is overeengekomen;
- c. voor zover minder dan 50% lokaal eigendom is overeengekomen, wat de redenen daarvan zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn overeengekomen
Indien de initiatiefnemer onvoldoende inspanningen verricht om de lokale omgeving te laten participeren, kan dat voor de gemeente reden zijn de gewenste planologische medewerking niet te verlenen.
Hoofdstuk 2 Afwegingskader realisatie productie-installatie
Artikel 5 Planologische medewerking
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend, als:
- initiatiefnemer via de tenderprocedure van het Rijk het gebruiksrecht heeft gekregen in het OER-project […] en;
- er naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende inspanning voor het realiseren van lokaal eigendom is geleverd en;
- c wanneer het plan voldoet aan het overige gestelde in artikel 4 en hoofdstuk 2 van deze beleidsregels. [….]
Artikel 6 Financiële opbrengsten
De gemeente […] vraagt van de initiatiefnemer(s) van de productie-installatie dat zij zich inspant om met de lokale omgeving of koepelcoöperatie tot goede afspraken te komen m.b.t. financiële participatie. Die inspanningsverplichting bestaat ten minste uit:
Er is een overeenkomst gesloten met de lokale omgeving, waaruit blijkt of en voor welk percentage de financiële opbrengsten van een productie-installatie terugvloeien naar de lokale gemeenschap en lokale omgeving.
Artikel 7 Uitgangspunten financiële participatie en zeggenschap
Bij de beoordeling van een project voor een productie-installatie, betrekt de gemeenteraad het projectvoorstel, dat ten minste moet bestaan uit de volgende stukken:
Een financieel participatieplan dat een beschrijving geeft van de manier waarop in het project de onderdelen in artikel 7 ingevuld worden.
Een ondernemingsplan dat ten minste bestaat uit:
- een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur;
- de rol van de koepelorganisatie en/of energiecoöperatie in de ontwikkeling;
- de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding;
- in welke entiteit de productie-eenheden worden onder gebracht;
- wie over de stroomaansluiting beschikt; m. inzicht in de financiën en kasstromen door een geprognotiseerde balans, en verlies en winstrekening aan te leveren, inclusief een helder en realistisch kasstroomoverzicht gebaseerd op een reële opbrengstverwachting;
- hoe het opruimen van de windmolen(s) of zonnepark(en) wordt geborgd.
Procesparticipatieplan dat ten minste bestaat uit:
- Welke burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties als lokale omgeving deelnemen aan het participatieproces en welke invloed zij daarbij hebben, d.m.v. een stakeholderanalyse die aansluit bij het zoekgebied;
- Op welke wijze de lokale omgeving deelneemt aan het participatieproces, met een vooruitblik naar participatie tijdens de bouw- en exploitatiefase;
- Hoe de lokale omgeving op de hoogte wordt gehouden van het project, welke middelen daarvoor worden ingezet en waar informatie over het hernieuwbare energieproject beschikbaar is;
- Op welke wijze wordt verkend wat de wensen van de lokale omgeving ten aanzien van 50% lokaal eigendom en financiële participatie zijn;
- Hoe de initiatiefnemer zich inspant om met de lokale omgeving tot afspraken te komen over lokaal eigendom en financiële participatie;
- Hoe de uitkomsten van de verkenningen en gesprekken met de lokale omgeving worden vastgelegd en beschikbaar worden gesteld voor die lokale omgeving
- Hoe de initiatiefnemer de afspraken met de lokale omgeving en hoe alle partijen kunnen toezien op de naleving van de afspraken;
Hoofdstuk 3 Evaluatie en slot
Artikel 8 Evaluatie
De inhoud van de beleidsregel wordt na 2 jaar geëvalueerd. Reden hiervoor is het tempo waarin de productie-installaties gerealiseerd moeten worden.
Artikel 9 Intrekking oude beleidsregels
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt …….. ingetrokken.
Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel
- 1. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
- Deze beleidsregel wordt aangehaald als 'Beleidsregel lokaal eigendom gemeente ……………'
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente …………..in de vergadering van d.d………...
de griffier, de voorzitter,