Casus De technische sessie

Hoe organiseer je een evenwichtige informatie-uitwisseling?

Situatie

Provinciale Staten organiseerden een technische informatiesessie over windenergie ter voorbereiding op toekomstige besluitvorming. Hiervoor werden verschillende deskundigen uitgenodigd, waaronder een deskundige van de GGD, een externe projectleider van een adviesbureau en een woordvoerder van een groep bezorgde deskundigen. De sprekers verzorgden ieder een eigen presentatie. Er was geen debat tussen de deskundigen en ook geen inhoudelijke discussie over de verschillende inzichten. Statenleden konden vragen stellen, maar de bijeenkomst was niet bedoeld om tot een gezamenlijke duiding of beoordeling van de informatie te komen.

Proceskeuze

Er is gekozen voor informatieoverdracht. Technische informatiesessies zijn bedoeld om volksvertegenwoordigers te informeren en niet om politieke discussies te voeren. Tegelijkertijd brengt deze opzet ook een aantal consequenties met zich mee.

Wanneer deskundigen ieder afzonderlijk hun verhaal vertellen, blijft voor toehoorders vaak onduidelijk:

  • Waar de deskundigen het over eens zijn;
  • Waar interpretaties uiteenlopen;
  • Welke verschillen voortkomen uit wetenschappelijke onzekerheid en welke uit verschillende waarderingen van hetzelfde onderzoek.

Daardoor komt een groot deel van de duiding uiteindelijk bij de Statenleden zelf te liggen.

Wat betekent deze keuze voor de informatiepositie?

Bij onderwerpen waar veel maatschappelijke discussie over bestaat, zoeken volksvertegenwoordigers vaak naar houvast. Wanneer deskundigen verschillende boodschappen afgeven zonder deze met elkaar te confronteren of te duiden, bestaat het risico dat iedere deelnemer vooral die informatie onthoudt die aansluit bij eigen overtuigingen. Dat hoeft geen gevolg te zijn van onjuiste of misleidende informatie. Ook goedbedoelde informatievoorziening kan ertoe leiden dat verschillen scherper worden ervaren dan overeenkomsten.

De vraag is daarom niet of de gekozen deskundigen ‘gelijk’ hadden, maar of de gekozen werkvorm optimaal hielp om de beschikbare kennis inzichtelijk te maken en om statenleden voor te bereiden op besluitvorming.

Signalen voor griffiers en organisatoren

Deze signalen kunnen aanleiding zijn om vooraf na te denken over een andere werkvorm:

  • De beschikbare informatie vraagt om interpretatie en weging;
  • Verschillende deskundigen vertegenwoordigen uiteenlopende disciplines of perspectieven;
  • Er bestaat veel publieke discussie over ‘de feiten’;
  • Statenleden geven vooraf aan behoefte te hebben aan duidelijkheid over tegenstrijdige informatie;
  • Maatschappelijke organisaties beroepen zich op verschillende (wetenschappelijke) bronnen.

Mogelijke alternatieven

  1. Een modererend gesprek tussen deskundigen
    Laat iedere deskundige eerst kort zijn of haar visie toelichten. Vraag vervolgens een onafhankelijke moderator om de belangrijkste verschillen en overeenkomsten expliciet te bespreken. Hierdoor wordt zichtbaar waar de discussie werkelijk over gaat.
  2. Werk vanuit gezamenlijke vragen
    Laat niet iedere spreker zijn eigen verhaal houden, maar organiseer de bijeenkomst rondom enkele centrale vragen, bijvoorbeeld op welke bronnen en onderzoeken zijn de conclusies gebaseerd? Waarover bestaat nog wetenschappelijke onzekerheid? Welke conclusies kunnen bestuurders wel of juist niet trekken? Iedere deskundige reageert vervolgens op dezelfde vragen. Dat maakt antwoorden beter vergelijkbaar.
  3. Consensus én verschil expliciet maken
    Vraag iedere deskundige af te sluiten met drie punten:
    - Waarover bestaat brede overeenstemming?
    - Waarover lopen de inzichten uiteen?
    - Welke betekenis heeft dat voor bestuurders?
    - Zo wordt duidelijk dat wetenschappelijke onzekerheid niet automatisch betekent dat alles onzeker is.
  4. Onafhankelijke synthese
    Laat na afloop een onafhankelijke moderator de belangrijkste inzichten samenvatten. Om zo inzichtelijk te maken welke feiten breed worden gedeeld, welke vragen nog openstaan en welke afweging uiteindelijk politiek-bestuurlijk is.

Wat levert dit op?

Geen van deze alternatieven verandert een technische sessie in een politiek debat.

Wel helpen ze volksvertegenwoordigers om beter onderscheid te maken tussen:

  • Feiten;
  • Wetenschappelijke onzekerheid;
  • Verschillende interpretaties;
  • Politieke of bestuurlijke afwegingen.

Juist bij onderwerpen waar des- en misinformatie een rol kunnen spelen, draagt een zorgvuldig ontworpen informatieproces bij aan een betere informatiepositie van de volksvertegenwoordiging.

Reflectievragen

  • Welk doel heeft de bijeenkomst: informeren, verdiepen of afwegen?
  • Past de gekozen werkvorm bij dat doel?
  • Helpt de bijeenkomst deelnemers om verschillen in inzichten beter te begrijpen?
  • Welke rol kan de griffie c.s. spelen bij het ontwerpen van de informatievoorziening, zonder zich met de inhoud te bemoeien?

Les: de gekozen werkvorm bepaalt mede hoe informatie wordt begrepen.

Wanneer deskundigen ieder afzonderlijk presenteren, zonder met elkaar in gesprek te gaan, blijft voor volksvertegenwoordigers vaak onduidelijk waar overeenstemming en waar verschillen in inzicht bestaan. Door de werkvorm bewust te kiezen, kan de informatiepositie worden versterkt zonder dat de organisatie zich inhoudelijk mengt in het debat.