Rollen en bevoegheden

De RES-partijen werken gelijkwaardig samen aan de gezamenlijke opgave, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en positie. Elke overheidslaag heeft eigen bevoegdheden. En ook al ga je er als gemeente of provincie niet over, dan betekent nog niet dat je niet betrokken bent, een belang hebt en een bijdrage kan leveren.

Hieronder een toelichting op de rollen van gemeente, provincie, waterschap en Rijk. In bijlage 1 staan de bevoegdheden uitgewerkt.

Gemeenten


Gemeenten staan aan de lat voor de uitvoering. Zij borgen de RES in lokaal beleid, zoals duurzaamheidsbeleid, wind- en zonbeleid, lokaal eigendom en omgevingsbeleid. Zij faciliteren of jagen initiatieven aan, geven vergunningen af en organiseren de participatie met inwoners. Ze schakelen intensief met energiecoöperaties, maar ook met bedrijven op bedrijventerreinen en collega’s van economie, woningbouw en mobiliteit.

In het warmteprogramma legt de gemeente per wijk of gebied vast wat de voorkeursrichting is voor verwarming (warmtenet, all-electric of groen gas), wanneer en in welke volgorde de warmtetransitie begint en welke randvoorwaarden gelden. Dit programma vervangt de eerdere Transitievisie Warmte. Het college van B&W stelt het warmteprogramma op en moet dat op grond van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) uiterlijk 31 december 2027 hebben vastgesteld. Daarvoor is relevant welke warmtebronnen beschikbaar zijn. In de regio zijn beschikbare warmtebronnen geïnventariseerd in de Regionale Structuur Warmte (RSW), onderdeel van de RES. Dat voorkomt dat warmtebronnen dubbel of juist niet worden gebruikt.

Provincies


De provincie heeft een rol in de ruimtelijke kwaliteit en legt kaders vast voor duurzame opwek in het omgevingsbeleid. Ook neemt de provincie het initiatief in integraal programmeren: samen met netbeheerders, gemeenten en andere partijen brengt zij in kaart welke projecten in de regio wanneer aansluiting op het energienet nodig hebben. Denk aan industrie, mobiliteit, wijken, landbouw en wind- en zonneprojecten.

In alle provincies zijn ‘Energyboards’ opgericht waarin betrokken partners besluiten voorbereiden over de provinciale energievisie. Soms hebben deze een andere naam of zijn ze samengevoegd met de RES-stuurgroep. De provinciale energievisies, en die van regio’s en gemeenten, worden met elkaar in verbinding gebracht.

Waterschap


Een waterschap verbruikt zelf veel energie voor zijn kerntaken en is voortdurend op zoek naar manieren om energie te besparen, terug te winnen en duurzaam te produceren. Op daken, parkeerplaatsen en bij rioolwaterzuiveringen, gemalen en sluizen is er ruimte voor wind- en zonne-energie. Ook in het watersysteem liggen kansen, zoals aquathermie.

Het Rijk


Het Nationaal Programma Energiesysteem (NPE) geeft een langetermijnvisie op het energiesysteem in 2050 en hoe daar te komen. Het Programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) is eveneens relevant: het Rijk bezit meer dan 4.000 km² grond en 10.000 km² wateroppervlakte, waarvan een deel geschikt is voor energieprojecten. OER bereidt de ruimtelijke procedure voor; energieprojecten worden door ontwikkelaars gerealiseerd.

Verder geven de Nota Ruimte en het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) richting als het gaat om de ruimtelijke kaders voor het energiesysteem op weg naar 2050. Het Rijk stelt ook kaders voor wind (landelijke milieunormen) en zon (zonneladder uit Nationale Omgevingsvisie, vervolgens uitgewerkt in interbestuurlijke afspraken).

Samenwerking


De regio functioneert als een soort trappenhuis in het huis van Thorbecke. De besluiten worden genomen op de verdiepingen: in de raad, in Provinciale Staten, in het algemeen bestuur van het waterschap. De regio verbindt die verdiepingen met elkaar. Ze biedt een tussenruimte waarin overheden, en ook netbeheerders, maatschappelijke organisaties en energiecoöperaties, hun belangen en dilemma's in een gelijkwaardig gesprek kunnen bespreken. Dat vergroot het wederzijds begrip, omdat partijen inzicht krijgen in elkaars rol, opgave en belangen. De formele besluiten blijven op de verdiepingen vallen, maar in het trappenhuis wordt de afstemming gemaakt die ze mogelijk en uitvoerbaar maakt.

Het samenspel in de energietransitie, ook tussen overheden, is nooit statisch. Overheden handelen vanuit eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Er kan spanning ontstaan op het moment dat samenwerking enerzijds en regie anderzijds met elkaar in botsing komen. Daarom is het belangrijk elkaar telkens op te zoeken en te bespreken hoe alle belangen het best gediend kunnen worden.