Invloed en besluitvorming

Na het intensieve proces om te komen tot het bod in RES 1.0 zou je als volksvertegenwoordiger kunnen denken dat alle noodzakelijke besluiten al zijn genomen. Of je zou kunnen denken ‘buitenspel’ te staan. En weer anderen verwachten misschien dat er vanzelf een volgende versie van de RES volgt. Hoe zit dat nu eigenlijk?

Verkiezingen en de RES


Het merendeel van de huidige volksvertegenwoordigers en bestuurders was misschien niet betrokken bij de totstandkoming van de RES 1.0. Zij zijn echter wel verantwoordelijk voor de uitvoering van de afspraken en het behalen van de doelstellingen. Dat heeft als gevolg dat:

  • kennis en ervaring opnieuw moet worden opgebouwd bij (nieuwe) volksvertegenwoordigers en bestuurders;
  • betrokkenheid en eigenaarschap opnieuw moet groeien;
  • soms ook de samenwerking tussen overheden en partners nieuw leven moet worden ingeblazen;
  • nieuwe ambities en inzichten ontstaan die zowel voor versnelling als voor vertraging kunnen zorgen.

De ervaring leert dat actief tijd en energie moet worden gestoken in kennisoverdracht om misinformatie te voorkomen. Nieuwe spelers hebben logischerwijs de behoefte om het speelveld opnieuw te bepalen. Tegelijkertijd zijn in het voorgaande traject veel mensen en partijen betrokken, ligt een en ander al vast en begin je dus niet met een leeg vel papier.

De balans tussen continuïteit en nieuw élan is een zoektocht voor alle politiek, bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen bij lopende transities. Als betrokkenen zich hiervan bewust zijn en voldoende tijd uittrekken voor inhoud, proces én relatie, kan er voortgang zijn in het noodzakelijke tempo.

Invloed en betrokkenheid bij de RES


Volksvertegenwoordigers kunnen op meerdere manieren invloed uitoefenen, bijsturen en nieuwe wegen inslaan.

Allereerst is er het reguliere instrumentarium: moties, amendementen, schriftelijke vragen, initiatiefvoorstellen enzovoort. Daarnaast geeft het tweejaarlijkse Voortgangsdocument sturingsinformatie. En bieden de verankering van de RES in omgevingsbeleid en een eventuele RES Herijking gelegenheid om bij te sturen.

Voor een concreet overzicht van de beslismomenten die de komende jaren op de agenda komen is de uitgave In het kort: Beslismomenten energietransitie 2026–2030 een nuttige aanvulling op dit werkblad.

Kaders stellen


Uitvoering

Volksvertegenwoordigers stelden in de RES’en 1.0 hun doel vast. Veel regio’s werken nu op basis van de eerder vastgestelde RES 1.0 aan de uitvoering van de plannen. Ze kunnen nog steeds uit de voeten met deze kaders.

Herijking

Het kan ook zo zijn dat eerder vastgestelde kaders onvoldoende ruimte bieden. Dat kan ertoe leiden dat partijen in de regio met een RES Herijking 2.0 werken aan aangepaste of nieuwe plannen of kaders. Bij die herijking is het verstandig verder te kijken dan 2030: de energievraag groeit door, dus kaders die nu worden vastgesteld doen er goed aan ook ruimte te bieden voor opwek, warmte en infrastructuur in de periode daarna.

Praktijk: Noord-Holland stelt zelf lokale windnormen vast

Provincie Noord-Holland stelde voor de uitbreiding van het windpark op bedrijventerrein Boekelermeer zelf milieunormen vast, in plaats van te wachten op landelijke normen. Dat bleek een bewuste kaderstellende keuze met ruimte voor maatwerk: de norm voor slagschaduw pakte in dit geval zelfs strenger uit dan de landelijke. Het voorbeeld laat zien hoe een bevoegd gezag met eigen kaders sturing houdt, en hoe een ruimtelijk besluit en de bescherming van de omgeving in elkaars verlengde kunnen liggen.

Noord-Holland Vaststellen lokale windnormen biedt kansen

Praktijk: Overijssel: van visie naar uitvoeringsagenda

Overijssel koerst op een schoon, robuust en betaalbaar energiesysteem in 2050 en vertaalt die visie naar een gezamenlijke Uitvoeringsagenda Energie. De agenda maakt expliciet welke besluiten en acties nodig zijn en wie daarvoor aan zet is. De les voor volksvertegenwoordigers en bestuurders: een visie krijgt pas grip als eronder een agenda ligt met inhoudelijke logica, die de stap van kaderstelling naar uitvoering en besluitvorming concreet maakt.

Uitvoeringsagenda Energie brengt Overijssel van visie naar actie

Een RES 2.0 Herijking is een kaderstellend stuk en kan verschillende vormen hebben:

  • een hoofdstuk in de provinciale of gemeentelijke omgevingsvisie;
  • een programma in de zin van de Omgevingswet.

Dit soort documenten zijn, net als de RES 1.0, bindend voor de overheid die ze vaststelt. Het bevoegd gezag voor de omgevingsvisie is de raad/Provinciale Staten/AB Waterschap; voor het programma is dat het college. Voor het programma is het college weliswaar bevoegd gezag, maar het is sterk aangeraden om ook volksvertegenwoordigers te consulteren over de RES 2.0 Herijking. Als kader voor toekomstige vergunningen is de RES 2.0 Herijking meestal plan-MER-plichtig.

Lokaal eigendom verankeren

Een belangrijk onderdeel om vast te leggen is het streven, afgesproken in het Klimaatakkoord, dat windturbines en zonneprojecten voor 50% in eigendom komen van inwoners en bedrijven. Lokaal eigendom betekent dat inwoners en ondernemers samen, deels of helemaal eigenaar zijn van en zeggenschap hebben over windmolens of zonnepanelen.

Dat gaat niet vanzelf. Daarom is het belangrijk ambities en aanpak vast te leggen in beleid. Voer het gesprek in de regio en maak afspraken over wat regionaal, provinciaal of lokaal te regelen. Er zijn diverse handreikingen beschikbaar voor (proces)participatie en financiële participatie, zoals het inrichten van een gebiedsfonds of een maatschappelijke tender. Voor meer informatie verwijzen we naar informatie ‘In ‘t kort’ en de explainer(2) over dit onderwerp.

RES verankeren in omgevingsbeleid

Alle gemeenten, provincies en waterschappen verankeren de energieambities uit de eigen RES in de instrumenten van de Omgevingswet: omgevingsvisies, omgevingsplannen en programma’s. Gemeenteraden hebben een rol in het vaststellen van de omgevingsvisie en omgevingsplannen. De provincie borgt haar beleid in de omgevingsvisie en via regels in de provinciale verordening.

Zijn energieambities op dit moment nog niet voldoende concreet uitgewerkt in deze kaderstellende stukken? Dan is het nu het moment om dat alsnog te doen.

Netcongestie en lokale besluitvorming

Het realiseren van de RES-doelen brengt uitdagingen mee voor de elektriciteitsnetten. Netverzwaring zal in praktisch alle buurten, wijken en dorpen noodzakelijk zijn. Voor deze netverzwaring moeten gemeenten en netbeheerders tijdig ruimte in de boven- en ondergrond vinden.

De keuze voor een warmtealternatief (elektrische warmtepompen, hybride warmtepompen of warmtenet) is één van de meest bepalende factoren voor de omvang van de benodigde netverzwaring. Het is belangrijk actief, met alle partijen in de regio, in gesprek te blijven met netbeheerders (in de RES-stuurgroep, energietafel, breed bestuurlijk overleg, Energyboard of gelijksoortig overlegorgaan) om af te stemmen welke projecten op welk moment aangesloten kunnen worden.

Controleren: vinger aan de pols houden


Goede en actuele informatievoorziening is de basis voor de controlerende rol van volksvertegenwoordigers. Elk jaar maakt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in december de onafhankelijke RES-monitor die een landelijk beeld geeft. Veel regio’s hebben hun eigen dashboard of monitor waarmee ze de voortgang in hun eigen regio inzichtelijk maken.

Ook in de eigen organisatie kan een volksvertegenwoordiger informatie terugvinden: in een bestuursrapportage, de programmarekening, of onderzoeken van de (lokale/regionale) rekenkamer.

Binnen het Landelijk Ondersteuningsprogramma Energietransitie worden straks de monitoring- en datafuncties belegd. Zodra duidelijk is wat dat inhoudt, wordt deze paragraaf aangevuld.

Omdat data zowel kwalitatief als kwantitatief zijn en soms nogal technisch, is het behulpzaam om als volksvertegenwoordiger stil te staan bij wat je precies nodig hebt. Het energievraagstuk is niet langer alleen te vertalen in TWh of locaties, maar in meer omvattende en samenhangende opgaven: energie beschikbaar voor de woonopgave, vestiging van bedrijven, gevolgen van netcongestie.

De volksvertegenwoordigende rol


Hoe deze rol wordt ingevuld is heel persoonlijk en politiek. Volksvertegenwoordigers zijn de verbindende schakel tussen de gemeenschap en de gemeente/provincie/waterschap. Zij kunnen signalen over en weer meenemen en laten meeklinken.

Van de drie rollen is dit de meest eigenstandige. Kaders stellen en controleren zijn vooral formeel-juridisch; volksvertegenwoordigen gaat over de verbinding met inwoners, en juist daar maakt een raads-, staten- of AB-lid het verschil. Concreet betekent dat: signalen uit de samenleving ophalen en inbrengen in het regionale proces; uitleggen waarom soms ingrijpende of impopulaire keuzes nodig zijn, zoals een windturbine in het zicht van een dorp; en de soms ongemakkelijke afweging maken tussen lokaal ongenoegen en het algemeen belang van een regionale of landelijke opgave. Dat vraagt om present zijn in het gebied, niet alleen in de raadzaal.

Volksvertegenwoordigers bewaken ook de kwaliteit van participatie. Het gaat om het meedenken, meepraten, meedoen en/of meebeslissen door inwoners via lokale en regionale participatieprocessen. Daarvoor is het belangrijk vooraf mee te geven hoe het resultaat van participatie wordt meegenomen, en hoeveel ruimte er is. Een aandachtspunt daarbij is dat participatie een bredere en diverse afspiegeling van de samenleving is.

Het is een misvatting dat inwoners alleen zouden willen meepraten over zaken in hun eigen straat of wijk. Inwoners oriënteren zich vaak regionaal: ze werken, recreëren en maken gebruik van voorzieningen buiten hun directe omgeving. Participatie kan daarom lokaal, maar net zo goed regionaal plaatsvinden, en dat sluit aan bij het grensoverschrijdende karakter van de energieopgave.

Participatie is breder dan betrokkenheid van inwoners. Ook maatschappelijke partners, ondernemers en medeoverheden zijn belangrijk, en die betrokkenheid strekt zich uit over meerdere samenhangende opgaven: energie en duurzaamheid, ruimte en wonen, economie en het sociaal domein.

Energieprojecten (zoals het realiseren van windparken, zonnevelden, stroomtracés of -stations) hebben vaak impact op de leefomgeving, zijn veelal vergunningplichtig en zijn dus sowieso onderwerp van participatie en inspraak.

Energiegemeenschappen: inwoners als mede-eigenaar

Participatie krijgt een actievere vorm wanneer inwoners niet alleen meepraten, maar zelf energie opwekken, opslaan en delen. Energiecoöperaties en energiegemeenschappen, waarin inwoners en ondernemers zich organiseren rond hun eigen energievoorziening, groeien in aantal en betekenis. Dat raakt de volksvertegenwoordiger direct: het is tegelijk een vorm van participatie én van lokaal eigenaarschap (zie het kader over lokaal eigendom), en het roept de vraag op hoe de gemeente zich tot deze initiatieven verhoudt. Faciliteer je ze, werk je ermee samen, geef je ze een rol bij opwek of bij een warmtenet? Dat zijn keuzes waarover de volksvertegenwoordiging kaders kan meegeven.

Praktijk: Gooise Meren en Wattnu: gemeente en energiegemeenschap

De gemeente Gooise Meren werkt nauw samen met energiecoöperatie Wattnu, die zich ontwikkelt tot een energiegemeenschap. Beide opereren vanuit een duidelijke, gedeelde visie op het energiesysteem.

Voor een goede samenwerking blijken wederzijdse helderheid over rollen en verwachtingen, en een gemeente die de coöperatie serieus als partner behandelt, doorslaggevend. Voor volksvertegenwoordigers is de les dat de verhouding tot energiegemeenschappen een bewuste bestuurlijke keuze is, geen vanzelfsprekendheid.

Gooise Meren en Wattnu zo werken gemeente en energiegemeenschap samen

Samenwerken


In de RES is verduidelijkt hoe bevoegdheden, rolverdeling en verantwoordelijkheden tussen provincie, waterschappen en gemeenten in de regio zijn geregeld. De energietransitie houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen. Ontmoeting over die grenzen heen is voor volksvertegenwoordigers dan ook van belang, en niet alleen op het moment van besluitvorming.

In een aantal RES-regio’s zijn regionale werkgroepen van volksvertegenwoordigers actief. Deze werkgroepen hebben afgevaardigden vanuit alle democratische organen van de RES-partners. Zij worden betrokken, denken mee en adviseren over vervolgstappen en besluitvorming.

Ondanks de intentie van gelijkwaardig samenwerken kunnen er spanningen ontstaan tussen partijen in een regio, omdat in het uitoefenen van eigen rollen en bevoegdheden sprake is van hiërarchie. Het is verstandig om aan de voorkant, in overleg met alle bestuurders, helder te maken wat je doet als het even niet of moeilijk lukt. Ook kan de provincie in sommige gevallen een rol spelen om tot een bestuurlijke oplossing te komen.

Praktijk: Samen koers houden, ook als het spannend wordt

In Noord-Holland hebben gemeenten, provincie en waterschap samen de Regieroute RES opgesteld, een routekaart voor het geval het halen van het RES-bod in gevaar komt. Geen checklist, maar een werkwijze die je samen volgt: via monitoring signaleer je vroeg of zoekgebieden genoeg opleveren, en zo niet, dan voer je het goede gesprek over oplossingen. Pas als dat niets oplevert, volgen stevigere stappen, tot en met provinciale interventie. Zo blijft de samenwerking ook bij tegenvallers overeind en houden alle partijen samen koers richting 2030.

Regieroute RES Noord-Holland: Samen koers houden richting 2030

Samenwerkingsstructuren in de praktijk

Elke regio kiest een vorm van samenwerken die past bij het gebied. Sommige regio’s hebben de RES ambtelijk ondergebracht bij een al bestaande gemeenschappelijke regeling (GR). Er zijn diverse manieren ontwikkeld om volksvertegenwoordigers betrokken te houden: van een gezamenlijke raads-/statencommissie tot een ‘motiemarkt’.

In Friesland werken overheden, netbeheerder en maatschappelijke organisaties samen in de Friese Energie Tafel (FET). In Noord- en Midden-Limburg werken de RES-partners samen in een centrumgemeente-regeling op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Grip op regionale samenwerking blijft een belangrijk aandachtspunt voor volksvertegenwoordigers, vanwege de veelheid van samenwerkingsverbanden.

Evalueren en leren


De energietransitie is een proces in continue beweging. Concrete doelen, tijdspaden en instrumenten geven houvast, maar omstandigheden, rollen en context veranderen. Het is de kunst te balanceren, te anticiperen én te reflecteren. Idealiter stellen volksvertegenwoordigers, bestuurders en overige betrokkenen zichzelf en elkaar regelmatig de volgende vragen:

  • Hoe hebben de RES-partners de totstandkoming van de volgende RES-stap en het besluitvormingsproces ervaren?
  • Zijn alle input, alle belangen en invalshoeken voldoende gehoord en meegenomen? Is er helder zicht op de voortgang en het realiseren van de gestelde doelen?
  • In hoeverre bleek tijdens het besluitvormingsproces sprake van een besef van wederzijdse afhankelijkheden en van consistentie bij volksvertegenwoordigers en bestuurders?
  • Wat zijn de sterke punten en de verbeterpunten van de bestuurlijke samenwerking?
  • Welke lessen kunnen hieruit worden getrokken voor de volgende fase?
  • Waaraan zal gewerkt moeten worden in de komende periode? En hoe kan eenieder daaraan bijdragen?
  • Welke andere opgaven hangen samen met de energietransitie en hoe wordt gezorgd voor een integrale benadering?