Inleiding

Meerdere RES-regio’s hebben Rijksgronden aangewezen als zoekgebieden voor het opwekken van hernieuwbare energie, bijvoorbeeld langs vaar- en autosnelwegen.

Deze zoekgebieden zijn onderdeel van de RES-opgave van de regio’s. Op verzoek van de RES-regio en lokale overheden stelt de Rijksoverheid via het programma OER (Opwek van Energie op Rijksvastgoed) gronden ter beschikking om bij te dragen aan de doelstellingen van de RES en het Klimaatakkoord. Het programma OER wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Klimaat & Groene Groei (KGG). Vaar- en autowegen zijn eigendom van Rijkswaterstaat. In OER-projecten werken Rijkswaterstaat (RWS), het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de RES-regio en de betrokken lokale overheden samen om de gronden voor te bereiden en aan te bieden aan de markt voor de opwek van hernieuwbare energie.

Om draagvlak te creëren voor de energietransitie is in het Klimaatakkoord afgesproken dat bij hernieuwbare energieprojecten gelijkwaardig wordt samengewerkt met de lokale omgeving en dat daarbij gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom voor die omgeving. Het uitgangspunt is dat er zo een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten is en dat de lokale omgeving zelf ook zeggenschap heeft over zowel het ontwikkelproces als de stroomproductie als de opbrengsten daarvan. Ook voor OER-projecten geldt dat er gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom.

In deze handreiking beschrijven wij de wijze waarop de Rijkspartijen en lokale overheden samenwerken aan het streven naar 50% lokaal eigendom. De handreiking is bedoeld voor alle partijen die samenwerken om OER-projecten op RWS-gronden mogelijk te maken: de samenwerkende overheden, de RES-regio, de georganiseerde omgeving, inwoners en belanghebbenden. Allereerst gaan we op de thema’s lokaal eigendom en financiële participatie in het algemeen. Daarna wordt ingezoomd op deze thema’s in het OER-proces.