Tot slot
Geen van de casussen in deze handreiking laat zien hoe het 'had gemoeten'.
In alle situaties zijn begrijpelijke keuzes gemaakt, passend bij de context van dat moment.
Tegelijkertijd laten de voorbeelden zien dat de inrichting van het besluitvormingsproces gevolgen heeft voor de informatiepositie van de volksvertegenwoordiging.
Juist daarom is het waardevol om vooruit te denken: welke andere proceskeuzes waren mogelijk geweest? En welke daarvan passen het best bij het doel van de bijeenkomst of de fase van de besluitvorming? Dat vraagt om bewust procesontwerp.
Voor griffiers, voorzitters, agendacommissies en andere organisatoren, proces- en communicatieondersteuners ligt daarin een belangrijke rol. Er kan geen sprake zijn van inhoudelijke inmenging of oordeel over de kwaliteit van informatie. Er moet wel worden gezorgd dat volksvertegenwoordigers hun afweging kunnen maken op basis van een zorgvuldig ingericht, transparant en navolgbaar proces.
Op tal van onderwerpen spelen informatie, maatschappelijke druk en uiteenlopende perspectieven een rol. De vragen uit deze handreiking kunnen daarom steeds opnieuw worden gesteld:
- Welke informatie hebben volksvertegenwoordigers nodig?
- Hoe wordt die informatie aangeboden?
- Welke aannames zitten in de gekozen werkvorm?
- Welke alternatieven zijn denkbaar?
- En draagt het proces bij aan een zorgvuldige democratische afweging?
Daarmee is deze handreiking een uitnodiging om bewust stil te staan bij deze keuzes die voorafgaan aan bestuurlijke besluitvorming.