RES en instrumenten Omgevingswet

Voortaan is er sprake van een tweejaarlijks ‘RES-voortgangsdocument’ (2023, 2025 en verder) waarin de regio over de uitwerking van de in de RES 1.0 genomen beslissingen rapporteert.

Als een regio een update maakt met kaderstellende ruimtelijke gevolgen ten opzichte van de RES 1.0. is er sprake van een tweede document, namelijk een ‘RES-herijking’ (2.0, 3.0 en verder). Het herijken is ook meteen het moment om de RES te borgen in de juridische instrumenten van de Omgevingswet.

De RES wordt onder de Omgevingswet aangemerkt als een programma. Een deel van de RES zal moeten landen in de omgevingsvisie. De juridisch bindende uitwerking van de ambities uit de RES kan worden verwerkt in het omgevingsplan. Uit de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit (Ob) volgt dat gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders en het algemeen bestuur van het waterschap een programma kunnen en soms moeten vaststellen. De procedure voor het vaststellen van een programma omvat ook de participatie en de milieueffectrapportage(1). Als er een plan-MER (of beoordeling) wordt gemaakt gelden aanvullend voor de voorbereidingsprocedure de regels van par. 16.4.1 Ow en par. 11.1 Ob. Wanneer er bijvoorbeeld nieuwe zoekgebieden worden aangewezen maakt de regio een RES-herijkingsdocument waarvoor een mer-plicht geldt. Zodra de RES-herijking kaderstellend is voor mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten dan geldt er voor de herijking en dus voor het programma een mer-(beoordelings)plicht.

De vaststelling van de RES-herijking als programma is op gemeentelijk niveau een bevoegdheid van het college van B&W. Aangezien de gemeenteraad de beleidsmatige en financiële grenzen vaststelt waarbinnen het college kan bewegen is het belangrijk om de gemeenteraad te betrekken bij de RES-herijking. De raad kan op verschillende manieren sturen op de uitgangspunten rondom de RES-herijking. In het voorbeeld ontwerpbesluit is hier een passage over opgenomen. Dit voorbeeld gaat ervan uit dat voorafgaand aan de RES-herijking de raad het college uitgangspunten heeft meegegeven. Dit besluit neemt het college dan in overweging bij het vaststellen van de RES 2.0.

Hieronder volgt een schematisch overzicht van de omgevingsdocumenten waar de RES-herijking in zal landen.

Instrument Wie stelt vast? Opmerking
Omgevingsvisie PS, de gemeenteraad Voor het waterschap is het vaststellen van een omgevingsvisie niet verplicht
Programma GS, B&W en AB

Let op, bij waterschappen stelt het AB programma’s vast.

De raad stelt de kaders vast via de omgevingsvisie en wordt geconsulteerd bij de herijking van de RES (het programma)

Omgevingsplan De gemeenteraad, tenzij onderdelen gedelegeerd zijn aan B&W

Publicatie RES


Het bevoegd gezag geeft voor de terinzagelegging kennis van het ontwerpbesluit, in het voor het bestuursorgaan aangewezen publicatieblad(2). Als er bij de RES ook een milieueffectrapport is opgesteld dan kan het bevoegd gezag dit stuk, technisch gezien, als onderdeel van het ontwerp of als apart stuk ter kennisgeven. Beide worden tegelijkertijd ter kennisgeving gepubliceerd in het publicatieblad(3). De RES is een zogenoemd ‘vrijwillig’(4) programma, dus de uniforme openbare voorbereidingsprocedure is niet verplicht. Als er een milieueffectrapport moet worden gemaakt is dit wel verplicht(5): dan geldt de uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure van afd. 3.4 van de Awb(6). Het bestuursorgaan kan deze voorbereidingsprocedure buiten toepassing verklaren als die wijzigingen niet leiden tot grotere nadelige gevolgen voor het milieu. Dit kan niet als het programma plan-mer-plichtig is. Overheden hebben de mogelijkheid om gezamenlijk(7) een programma op te stellen. Bij de voorbereiding van de RES maken de partijen, desgewenst, één programma. Iedere partij stelt dit programma daarna zelf vast. Als de RES door meerdere gemeenten en de provincie bijvoorbeeld wordt vastgesteld is de RES dan ook meerdere keren te zien in het DSO-LV aangezien de omgevingsdocumenten van de bevoegde gezagen allen getoond worden. In de STOP-TPOD standaard is aangegeven dat meervoudig bronhouderschap niet mogelijk is bij het instrument programma. Een programma kan wel gewijzigd worden door middel van wijzigingsbesluiten. Een programma wordt bekendgemaakt door plaatsing van het volledige besluit in het elektronisch bekendmakingsblad van het bestuursorgaan dat het programma heeft vastgesteld(8). Het programma treedt vervolgens in werking de dag na bekendmaking, tenzij er in het besluit een andere datum is bepaald. Het toepassingsprofiel voor het programma(9) geldt ook voor het ontwerpbesluit.

De oorspronkelijke RES’en, onder het recht van vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn vaak niet in overeenstemming met de STOP-TPOD-standaard opgesteld. Ze zijn dus ook niet zichtbaar in DSO-LV. Voor onverplichte programma’s, dat zijn programma’s die niet genoemd zijn als verplichte programma’s in par. 3.2.2 van de Omgevingswet, is geen standaard overgangsrecht geregeld, via art. 4.11 IwOw is er een gelijkstellingsartikel voor programma’s die zijn vastgesteld op of na 23 maart 2016 en voldoen aan de criteria van de artikelen 3.4 en 3.5 van de Ow. De RES voldoet hieraan, herziening kan dan wanneer er weer een verplichting of wens is om de RES te herijken. De RES hoeft niet met terugwerkende kracht gepubliceerd te worden. In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de stappen uit deze handreiking.

Toevoegen mer-rapport aan besluit


Als er een mer-rapportage bestaat die gebruikt wordt bij de onderbouwing van de RES vormt deze geen integraal onderdeel van de tekst het besluit(10) of de regeling. Vaak bestaat er wel de behoefte om deze stukken ter inzage te leggen. Vanuit het besluit in het publicatieblad moet het mogelijk zijn om op een eenvoudige manier de elektronisch ter inzage gelegde stukken te raadplegen. Uitgangspunt van de Awb is dat de stukken die betrekking hebben op het (ontwerp)besluit), ter inzage liggen tijdens de zes weken van de zienswijzen (of de beroepstermijn). Een betrokkene kan het bestuursorgaan verzoeken om die stukken toe te zenden. Het bevoegd gezag kan de stukken daarna ook ontsluiten via een elektronische wijze, bijvoorbeeld via de eigen website, of het mer-rapport aanleveren bij de LVBB(11) als onderdeel van het Besluit. Dit is een keuze van het bevoegd gezag zelf. Hierbij moet wel voldaan worden aan de eisen die STOP stelt aan PDF-bijlagen.

Work around volgens STOP-TPOD(12)

Zolang er geen centrale voorziening is voor de elektronische terinzagelegging van op het (ontwerp)besluit betrekking hebbende stukken, past het bevoegd gezag naar keuze één van de volgende methoden toe:

  • het ontsluit de betreffende stukken op een zelf te bepalen elektronische wijze, bijvoorbeeld via de eigen website; of
  • het levert de betreffende stukken aan de LVBB aan als onderdeel van het Besluit conform STOP. Daarbij moet worden voldaan aan de eisen aan PDF-bijlagen die in dit hoofdstuk zijn beschreven. De LVBB stelt beperkingen aan de bestandsgrootte.

Op het besluit betrekking hebbende stukken zijn stukken waarmee het bestuursorgaan het besluit onderbouwt en motiveert. Wanneer het bevoegd gezag zelf de stukken op elektronische wijze ontsluit, neemt het in het onderdeel ‘Motivering’ dan wel in het onderdeel ‘Toelichting van het Besluit’ een link op naar de webpagina waar die stukken zijn ontsloten, en/of een link naar het betreffende stuk op die webpagina. Wanneer het bevoegd gezag de stukken opneemt als onderdeel van het ‘Besluit’, neemt het ze op als ‘Bijlagen bij de Motivering‘ dan wel de ‘Toelichting’. Wanneer het bevoegd gezag zelf de stukken op elektronische wijze ontsluit, wordt aanbevolen om de terinzagelegging op elektronische wijze van de op het ontwerpbesluit betrekking hebbende stukken en de op het (definitieve) besluit betrekking hebbende stukken in ieder geval te laten voortduren totdat de volledige procedure is afgerond.